Het boek “Eenvoudig Christelijk”, geschreven door N.T. Wright (Tom Wright) als een middel om het Christendom te communiceren naar een ongelovige wereld. Velen zien dit boek als een van de belangrijkste boeken om aan gelovigen en niet-gelovigen uit te leggen wat de kern is van het Christelijk geloof. Maar de visie van Tom Wright op zonde, verzoening door het offer van Christus aan het kruis, het laatste oordeel over levenden en doden zijn in strijd met wat de Bijbel ons leert. En daarmee is het niet geschikt als boek voor geloofsonderwijs.

 

Onderstaande recensie is van de hand van Andrew Davis:

 

Het is het unieke voorrecht en tegelijk verantwoordelijkheid van elke generatie Christenen om het Christelijk geloof  – het eeuwig evangelie van Jezus Christus – helder en eenvoudig aan niet gelovigen uit te leggen, aan hen met wie ze hun tijd op aarde delen. Het is tevens de verantwoordelijkheid van elke generatie om de eeuwige boodschap te beschermen tegen vervalsing.

De eerste van deze beide verantwoordelijkheden is naar buiten gericht en dwingt ons er toe het verstand en het hart van onze niet gelovige buren te peilen en zo ontdekken welke unieke belemmeringen de satan heeft opgericht om het evangelie onbegrijpelijk voor hun te maken. De tweede verantwoordelijkheid is naar binnen gericht en dwingt ons ertoe de woorden te bestuderen die we gebruiken om de onveranderlijke blijde boodschap tot uitdrukking te brengen, en om deze verwoording in lijn te brengen met de volstrekt heldere canon van de Schrift om er zeker van te zijn dat ze betrouwbaar en waar zijn. Hoe Christen te zijn moet eenvoudig worden uitgelegd, maar het moet worden gedaan op een manier die trouw is aan de Schrift. Als het anders is dan wordt het eenvoudigweg schadelijk.

 

Veel deskundigen promoten het boek van NT Wright (Eenvoudig Christelijk) als een van de belangrijkste bronnen om het Christen zijn uit te leggen aan sceptici en ongelovigen. De stofomslag belooft ons: “dit zal een klassieker worden “. Het tijdschrift Christianity Today kondigde het boek aan als een waardige opvolger van C S Lewis “Onversneden Christendom”) als een kant en klaar middel om in handen te leggen van ongelovigen. Alhoewel dergelijke middelen enorm behulpzaam kunnen zijn in onze missionaire boodschap is het wel belangrijk dat de middelen betrouwbaar zijn volgens de Bijbelse uitleg van het evangelie. Wanneer de middelen die we inzetten fouten bevatten, foutieve nadrukken misleidende beelden en vergelijkingen, en gevaarlijke oversimplificaties, dan doet een dergelijk middel meer kwaad dan goed. Dit is vooral aan de orde als een dergelijk boek een klassieker wordt, vertrouwd en omarmd door de meerderheid van de evangeliegetrouwe kerk.

 

Het is mijn ernstig gebed dat er een beter boek wordt geschreven aangeprezen, omarmd en uitgedragen dan dit boek. Wrights boek kent enkele sterke verdiensten. Het overkoepelende idee en doel zijn prijzenswaardig: een poging om de christelijke leer te vereenvoudigen en op een bevattelijke en toegankelijke manier uit te leggen aan sceptici en ongelovigen. Wright is humorvol, bedachtzaam en een zelfbewuste auteur. Hij gebruikt onweerstaanbare beeldspraak en kleurrijke  taal. Hij is er buitengewoon op gericht om het grote verhaal te brengen van de verlossing van het universum en is op deze wijze behulpzaam om de naar binnen gerichte  individualiteit van westelijke christendom te corrigeren. En hij is opmerkelijk grondig op dit punt in zo’n beknopt boek. Voor deze en andere sterke punten kunnen we hem dankbaar zijn.

 

Maar ondanks al Wrights lofwaardige pogingen en klaarblijkelijke gaven, faalt Eenvoudig Christelijk duidelijk om enkele van de belangrijke basiswaarheden van het geloof helder uit te leggen:  de godheid van Christus, de Oud Testamentische profetieën over zijn komst, Gods doel met Israel in de geschiedenis, het doel van de wet van Mozes, Christus als koning van het Koninkrijk der hemelen, het plaatsvervangende boetedoening in het bloed dat Christus uitstortte aan het kruis, de volkomenheid van het woord van God, de grote opdracht om het evangelie te verkondigen aan elke stam en taal en volk en natie,  rechtvaardiging door geloof alleen, voortgaande heiliging door de kracht van de Geest. de dag des oordeels, de persoonlijkheid en macht van de duivel en zijn duistere rijk, en de eeuwigheid van de helse verschrikkingen. Om het nog bondiger te zeggen: ik ben van mening dat “Eenvoudig Christelijk” niet op  zachtmoedige en heldere wijze individuele zondaren waarschuwt voor wat hen bedreigt en hen oproept om te vluchten naar Christus en naar het kruis als de enige remedie voor persoonlijke schuld en zonde voor de heilige God.

 

Algemeen overzicht van het boek

 

Eenvoudig Christelijk is verdeeld in drie delen. In deel 1 (“echo’s van een stem”) definieert Wright vier stemmen die zijn achtergebleven in de menselijke ziel; deze stemmen duiden op het bestaan van God: het zuchten naar gerechtigheid, de dorst naar spiritualiteit, het streven verlangen naar relaties, en de aantrekkingskracht van schoonheid. De behandeling van deze 4 stemmen is een uitstekende en bruikbare introductie naar ongelovigen waar ook ter wereld.

 

In deel 2 (“in de zon kijken”) neem Wright zijn lezers mee in een reis op conversatietoon door de Christelijke leer met betrekking tot God, Israel, Jezus: redding en vernieuwing, Gods adem ten leven, leven vanuit de Geest. Dit deel is meer onevenwichtig en problematisch, zoals ik hieronder zal toelichten. Hoe dan ook, Wright verricht een uitstekende taak in de worsteling met de transcendentie en immanentie van God, waar hij beschrijft dat God niet kan worden geïdentificeerd met de schepping (pantheïsme) en ook niet met een zich van verre afzijdig houdt van de schepping (deïsme) maar eerder actief betrokken is op een manier waarop hemel en aarde op vitale wijze overlappen en onderling elkaar snijdend zijn. Het beeld van de hemel en aarde die elkaar overlappen en wederzijds beïnvloeden wordt centraal in Wrights boek omdat hij stelt dat het belangrijkste punt waar de wederzijdse beïnvloeding snijpunt is: Jezus zelf.

 

In deel 3 (“het beeld weerspiegelen”) is Wright  van mening dat eredienst, gebed de Schrift en de sacramenten andere vitale manieren zijn waarbij hemel en aarde elkaar snijden. Zijn oproep tot persoonlijk berouw en geloof in hoofdstuk 15 (“geloven en erbij horen”) mist kracht – zoals ik nader zal uitleggen – vanwege zijn verwerping van de wet als diagnostisch voor de zonde. Hij houdt ervan de herschepping te noemen als het “wakker worden uit een slaap”. De bijbel spreekt vaker van “dood zijn en worden opgewekt ten leven door de kracht van God (Efeze 2:1-4). Hij besluit zijn boek als hoogtepunt met een oproep aan Christenen om actief te zijn in het brengen van voortgang in Gods programma van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, op een manier waarbij hemel en aarde perfect overlappend zijn, zoals Openbaringen 21 zegt dat het zal gebeuren.

 

Een samenvatting van de sterke punten

 

Wrights krachtige aanpak van deze alomvattende visie van een volledige verlossing van hemel en aarde is bijbels en relevant. De wereld zal worden rechtgezet (recht), en God zal bij ons wonen (spiritualiteit) in een perfecte verhouding tot Hem en anderen (relatie), een climax die verrukkend prachtig zal zijn (schoonheid). Wright stelt zich op tegenover een vale verlossing waarbij individuen worden gered van deze verloren ellendige  en stervende planeet  en worden in een oogwenk weggevoerd naar de “hemel” of een andere dimensie, zonder enige bezorgdheid over Gods glorievolle Grote Verhaal plannen in de verlossingsgeschiedenis, en zo is het.

 

Wright doet er ook goed aan te benadrukken en omarmen dat Jezus lichamelijk uit de dood is  opgestaan, en verwerpt op sterke wijze elke vergelijking tussen de opstanding van Christus en oude heidense religies met hun “stervende en opstaande brood-goden”.

 

De leer van de inspiratie van de Schrift wordt op soortgelijke wijze verdedigd, vooral waar hij de Bijbel noemt “het boek door God geademd” waarbij hij deze stellige uitspraak onderbouwt vanuit 2 Timotheüs 3:16.

 

En Wright bewijst een uitstekende dienst aan de kerk in de verdediging van het monogame heteroseksuele huwelijk als het enige en door God ingestelde heilige model voor seksuele relaties. Dit zijn slechts enkele van de vele sterke punten in zijn schrijven.

 

Een samenvatting van de gevaren

 

Echter, als de kerk dit boek accepteert als een primaire uitdrukking van haar geloofs-kern dan hebben we reden tot bezorgdheid over de toekomst van de kerk. Laten we enkele van de belangrijkste weeffouten erbij nemen en uitleggen war maakt dat ze zo van belang zijn.

 

  • de godheid van Christus

 

De vraag is niet zozeer “gelooft Tom Wright dat Jezus de Christus is, de zoon van de levende God”. Mijn intuïtie zegt dat hij dat doet, evenals Petrus dat deed in Mattheus 16. De vraag is wel: heeft Wright een boek geschreven dat ongelovigen op heldere wijze leidt tot een zelf belijden van deze waarheid. Helaas is mijn antwoord: nee. De primaire gegevens over de godheid van Christus zijn te vinden in hoofdstuk 8: Jezus, redding en vernieuwing. Terzijde: een opvallende tendens is dat Wright ervoor kiest niet het woord Christus te gebruiken voor Jezus. In de meeste gevallen lees je Jezus of Jezus van Nazareth. Dit is niet toevallig gedaan door Wright, omdat hij graag wil vaststellen dat Christus een titel is, en geen eigennaam. Maar waarom Jezus deze titel niet geven? Hij verdiende het met zijn bloed! Het nieuwe testament doet dat wel degelijk: van Mattheus 1:1 tot en met Openbaringen 20:6.Met betrekking tot de godheid van Christus kiest Wright ervoor zich te verdiepen in Jezus eigen bewustzijn van zijn godheid en vermengt dat met een soort “roeping” die iemand kan hebben om iets anders te worden in zijn leven. “Ik denk niet dat Jezus wist dat hij goddelijk was op dezelfde manier als dat wij weten dat we koud zijn of warm, blij of verdrietig, man of vrouw. Het was eerder een soort kennis die we verbinden met roeping, waarbij mensen weten vanuit het diepste van hun zijn, dat ze geroepen zijn om een kunstenaar, een monteur of een filosoof te zijn’ (p109) Wright lijkt te denken dat Jezus de messiaanse teksten uit het Oude Testament las , daar dag van de triomferende zoon van David en de lijdende knecht in Jesaja, en deze beide uitleggingen combineerde in een creatieve en inderdaad explosieve manier. De dienstkecht zou tegelijk koninklijk en lijdend zijn. En de knecht zou zijn: …. Jezus zelf. Jesaja was zeker niet de enige tekst waarop Jezus zijn bewustwording van roeping baseerde omdat we moeten veronderstellen dat hij zich had gestort op nadenken en gebed gedurende langere tijd (p 99)

 

Dit is tamelijk schokkend. Het beeld van Jezus die bezig is te lezen de passages in Jesaja over de lijdende knecht, het vervolgens gooide in nadenken en gebed gedurende langere tijd om dan tot de conclusie te komen: o, ik ben geroepen om een lijdende Messias te zijn, en ook nog: de zoon van God, is vreemd aan al Christus uitspraken over zichzelf, vooral in Johannes. Jezus gebruikte de Schrift om zijn roeping te bewijzen en te onderbouwen in zijn verkondiging aan andere mensen, maar er is geen enkele heldere aanwijzing dat deze opdracht van iemand anders kwam dan van God zelf, niet door lezen, maar door directe aanspraak en openbaring. Toen Jezus opkwam uit het water, zag Hij de hemel geopend en de Geest neerdalend op hem als een duif. En een stem kwam uit de hemel: Jij bent mijn zoon, die ik liefheb; in jou vind ik welbehagen. (Marcus 1 : 10-11).

 

Andere profeten ontvingen wel degelijk directe roepingen van God. Zij lazen maar niet de Schrift en hadden vervolgens een vage interne overtuiging dat God hun riep om iets te doen aan Israëls zonden. Veeleer staat er:  “het woord van God kwam tot Jeremia” (Jeremia 1:1), en zo ging het ook met Ezechiël Joel, Jona, Micha enz. Al deze profeten hadden een directe ontmoeting met de levende God en ze werden geroepen om profeet te zijn. Jezus kwam de aarde binnen vanuit de hemel en, tegelijk met het wonder van de menswording waarbij hij het leven binnenkwam als een hulpeloze baby, toch had zijn hemelse Vader hem dit geleerd tegen de tijd dat hij de leeftijd van 12 jaar bereikte (Lucas 2:49), waarschijnlijk door dezelfde stem als die we zagen bij zijn doop zoals hierboven aangehaald. Christus ontdekte dit niet tijdens gebed bij het lezen van een Jesaja boekrol. Zijn identiteit werd hem rechtstreeks onthuld door de Vader, die hem zijn werk liet doen en zijn woorden liet spreken. Vooral het evangelie van Johannes benadrukt Jezus constante vertrouwen op de Vader voor elk aspect van zijn ambt/bediening, en speciaal voor zijn bewijs van zijn godheid en roeping om de Messias te zijn: ik heb een getuigenis krachtiger dan dat van Johannes. Want het werk dat de Vader mij heeft gegeven om te voltooien en wat ik bezig ben te doen, bewijst dat de Vader mij heeft gezonden. En de Vader die mij heeft gezonden heeft zelf getuigd aangaande mij. (Johannes 5 : 36 en 37). Jezus richtte zich rechtstreeks tot de Vader zelfs voor de woorden die Hij moest spreken tot het volk”Geloven jullie dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? De woorden die ik zeg tegen jullie zijn maar niet van mijzelf. Het is de Vader die in mij woont, die is bezig zijn werk te doen (Johannes 14:10)

 

Als Jezus slechts op basis van zijn eigen overtuiging op basis van de Schriften kwam tot het bewust worden van zijn Messias zijn, dan was er een kans dat hij zichzelf misleidde. Echter, het evangelie van Johannes beschrijft Jezus die de hoogst mogelijke getuigenis ontving (een getuigenis krachtiger dan dat van Johannes). De Vader zelf sprak tot hem, en bleef dat gedurig doen. Vandaar dat Wrights visie op de mannier waarom Christus zich bewust werd van zijn goddelijkheid zo schadelijk is.

 

Wat tot zijn voordeel gezegd moet worden, is dat Wright blijft bij zijn opvatting dat de apostelen al binnen een generatie na het leven van Christus volledig spraken over de godheid van Christus. Wright stelt zich hiermee tegenover de vrijzinnige aanvallen op de evangeliën, waarbij men stelt dat de beschrijvingen van de godheid van Christus pas lang na Christus’ dood naar boven kwamen, en zo onderdeel vormden van het voorspelbare mythologiserende proces da de kerk pas generaties later zou hebben gedaan. Wright verwerpt die gedachte compleet (blz 108)

 

  • de verzoening

 

Een van de grootste weeffouten in het boek is de stilzwijgende ontkenning van de plaatsvervangende straf, van het bloedoffer van Jezus Christus, van het genoegdoening van Gods terechte wraak door de uitstorting van Christus’ bloed. Iedereen die maar enigszins bekend is met de Nieuw Testamentische theologie gedurende het laatste decennium weet van het zogenaamde nieuwe perspectief op Paulus, en van NT Wrights leidende rol in die controverse. Terwijl Wright deze zaken niet rechtstreeks bespreekt in Eenvoudig Christelijk, is zijn nieuwe perspectief op de wet van Mozes en op rechtvaardiging wel degelijk nadrukkelijk aanwezig.

 

Om een voorbeeld te geven:  wanneer Wright de sporen nagaat van de geschiedenis van Israel, komt hij tot meesterlijke beschrijvingen die het waard zijn om notie van te nemen voor eenieder die het Christendom onderzoekt: de koning, de tempel, de wet (Thora) en de nieuwe schepping. Hij is des te meer vaardig op het moment dat hij deze 4 thema’s koppelt aan de oorspronkelijke 4 stemmen.

 

(Tom Wright: )  De God van Israel is de schepper en verlosser van Israel en van de wereld. In trouw aan zijn beloften vanouds, zal hij in actie komen in Israël  en de wereld tot de climax brengen van zijn grote verhaal van ballingschap en herstel, en de goddelijke reddingsoperatie, van de koning die recht brengt, en de tempel die hemel en aarde tezamen brengt, en de Thora die Gods volk samenbindt, en een schepping die geheeld en hersteld is (p.88)

 

Echter, het is verbijsterend  dat Wright nauwelijks melding maakt van het systeem van dierenoffers, de grote verzoendag, het Paaslam, of een van de symbolen van Christus verlossend werk aan het kruis. Het offersysteem van dieren was, zoals helder uiteengezet in het boek van de Hebreeën, bedoeld om de schaduwachtige beeld van de werkelijkheid in Christus, wiens bloedoffer verzoening bracht en voor alle zonden van ieder die gelooft in Hem. Maar Wright ziet de tempel voornamelijk als de plaats van eenheid tussen hemel en aarde en de Thora voornamelijk als een patroon waarin beschreven staat hoe Israel samen behoorde te leven als het gezin van God.

 

Dus het bloedoffer komt nergens in Wrights boek naar voren, wat een belangrijk gemis is. Maar erger nog is het niet noemen van Christus’ feitelijke werk aan het kruis. In het hierboven genoemde hoofdstuk 8 “Jezus, redding en vernieuwing”, volgt Wright een min of meer chronologische beschrijving van de laatste week van Christus’ leven. Hij besteedt een volle alinea aan het reinigen van de tempel, drie lange alinea’s aan het laatste avondmaal-feest (daarmee in lijn met zijn sacramentele vooroordeel) en slechts een enkele paragraaf aan Christus laatste uren van zijn lijden. Van die ene alinea wordt de helft besteed aan Gethsemane, en de verzoekingen die Jezus onderging. De feitelijke dood aan het kruis wordt vluchtig benoemd en zonder al te veel uitwerking. Dat de centrale gebeurtenis van het Christelijk geloof zo lichtvoetig wordt behandeld, wekt verwarring.

 

Nog erger is de wijze waarop Wright het belang van Christus’ werk aan het kruis bespreekt. Steeds opnieuw gebruikt hij in zijn boek dezelfde uitdrukking: Christus “putte de machten van het kwaad uit” door zijn dood. De onpersoonlijke machten van het kwaad krijgen nooit een naam, en op welke manier Christus’ dood deze machten uitputte wordt nergens echt uitgelegd. Terwijl dit thema juist rijk is en wordt ondersteund door de Schrift, laat Wright, omdat hij als doel heeft  Christus’ dood in eenvoudige bewoordingen uit te leggen, enkele van de belangrijkste onderwerpen uit de leer weg, die nodig zijn om het Bijbelse beeld van Christus boetedoening te completeren.

 

Christus’ verworvenheid aan het kruis is zo overstelpend, zo oneindig rijk en diep, dat een enkel beeld of metafoor nooit al deze waarheden kan bevatten. Daarom gebruikt het nieuwe testament gevarieerde bewoordingen om het te bevatten. Bijvoorbeeld:

 

  • De (forensische) taal van de rechtspraak, waarbij Jezus dood wordt beschreven in termen van het strafrecht: een wet die is overtreden, een rechtvaardige straf is vereist (dood), een beledigde/gekwetste wetgever wiens straf hoog gehouden moet worden, een rechtszitting die moet worden ondergaan, enz. Dergelijke taal wordt vooral gebruikt in Romeinen 1-3 en in Galaten, en dit is precies datgene waarvan Wright wil dat we er een nieuwe visie op ontwikkelen. Dat is dan ook de reden dat Wright elke taal van deze soort geheel vermijdt.

 

  • Daarnaast is er de taal van het slagveld, waarbij Christus’ dood wordt gezien als een militaire overwinning op een slechte vijand. Deze taal komt het dichtst bij die van Wright. Maar dan is het toch zo dat wanneer deze taal wordt gebruikt in de bijbel dit steeds gebeurt in de zin dat het gaat om Christus die triomfeert over Satan, die een persoonlijke vijand is met een koninkrijk van het kwaad. .

Hij heeft deze machten en krachten ontwapend, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd (Col. 2: 15)

Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij, om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood (Hebreeën 2 : 14-15)

De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen (1 Johannes 3:8)

Opvallend genoeg vond ik slechts een enkele verwijzing naar de duivel en zijn georganiseerd koninkrijk van het kwaad in heel het boek, en dan ging het over een voorbeeld van hoe mensen op een verkeerde manier over Christus dachten. Het lijkt vreemd dat, waar Wright zoveel schrijft over Jezus die de macht van het kwaad teniet doet, hij vrijwel niets meldt over de slang, wiens kop Hij heeft vermorzeld (Genesis 3:15). In plaats daarvan lijkt het kwaad een vage, onpersoonlijke kracht te zijn, die zich vooral toont in belangrijke wereld veranderende bewegingen (gewetenloos materialistisch kapitalisme, religieus fundamentalisme, vernietigende beestachtige regeringen enzovoort) Deze onpersoonlijke kracht vindt zijn echo in individuele mensenharten, maar het is daar niet in de eerste plaats. Individuen lijken eerder ongewilde slachtoffers van dit onpersoonlijke kwaad, dat door Jezus dood op een of andere manier wordt “uitgeput”. Op deze manier benut Wright de slagveld taal van de verzoening  slechts ten dele.

 

  • De bijbel gebruikt ook de taal van de markt om Christus’ werk aan het kruis te beschrijven, waarbij kopen en verkopen voor een prijs vooral worden genoemd. Hier gaat het om verlossing, de vrijlating van slaven na voorafgaande betaling van de afkoopsom:
  1. In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken (Efeze 1: 7)
  2. U weet immers dat u nier met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. (1 Petrus 1 : 18-19)
  3. En ze zetten een nieuw lied in: U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal (Openbaringen 5:9)

 

  • Daarnaast is er ook nog de taal van relaties, waarbij God diep beledigd is door onze zonden en weer met ons moet worden verzoend. De kernwoorden zijn dan boetedoening, en verzoening, maar ook genoegdoening behoort tot deze categorie:
  1. Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, maar nu heeft Hij u oor de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen (Col 1 : 21-22)
  2. Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God, en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als rechtvaardige aangenomen, omdat Hij ons door Christus Jezus heeft verlost (Romeinen 3:23-25)

In het geval van verzoening en voldoening, is het punt dat onze zonden de heilige God beledigd hebben, wat leidt tot vervreemding in de relatie wat ertoe leidt dat God onze vijand wordt. In beide gevallen is het Gods werk boetedoening en zich te verzoenen met zichzelf; deze oneindig zware taak gaat onze kracht om het zelf te doen verre te boven. Dit is wat Christus bereikte in zijn oneindig zware werk aan het kruis, het grootste toonbeeld van Gods glorie in de geschiedenis.

 

Dat is wat Wright kwijtraakt door al dergelijke taal buiten beschouwing te laten bij de bespreking van het kruis: het kruis is de grootste toonbeeld ban de glorie van God in het totaal van de geschiedenis. Het kruis toont de menselijkheid met al de eigenschappen van God op een perfecte manier: zijn recht, zijn toorn, zijn gerechtigheid, zijn mededogen, zijn liefde, zijn geduld, zijn kracht, zijn wijsheid, zijn medelijden, zijn genade en nog veel meer. Helaas dat dit Wright overkomt, hier had hij namelijk een perfecte koppeling kunnen maken met zijn 4 stemmen:

  • het zuchten naar gerechtigheid wordt ultiem gevonden aan het kruis, waar God zijn toorn uitstortte op zin enig geliefde Zoon, om te betalen voor de straf op de zonden van ieder die op hem vertrouwt. Het was het grootste toonbeeld van recht in de menselijke geschiedenis (Romeinen 3:26) en er zal nooit iets zijn wat dit evenaart.
  • De dorst naar spiritualiteit wordt hier eveneens gevonden, want een “nieuwe en levende weg” wordt geopend naar de werkelijke aanwezigheid van God (Hebreeën 10:20) door wie we hem kunnen naderen.
  • Ook vinden we hier de perfecte relatie, want het bloed van Christus biedt ons voor altijd vrede. We zijn aangenomen in zijn familie, en het onwrikbare fundament van vrede met voorheen vijandige mensen is gelegd (Efeze 2:14-17)
  • En tenslotte, de schoonheid van het kruis is niet gevonden in het kruis zelf, maar in wat het mogelijk maakt in het universum, want het kruis wordt onvermijdelijk gevolgd door de opstanding en de nieuwe schepping, waarin alle vuile en lelijke gevolgen van de zonde voor altijd gereinigd zijn.

In zijn ijver om de oude visie op Paulus te vermijden, heeft Wright een royale, rijke bespreking van de kracht van het kruis overgeslagen. Het kleurloze “heeft de macht van het kwaad uitgeput” is te vaag, en lijkt onwaar, omdat Wright tevens de bespreking van persoonlijk kwaad dat blootgesteld is aan Gods wet vermijdt.

 

  • Persoonlijke zonde, bekering en dag des oordeels

 

Het weglaten van het bespreken van persoonlijke zonde, berouw en boetedoening is een logisch gevolg van hetgeen hiervoor is besproken. Wanneer de wet niet optreedt als rechter over ons persoonlijk doen en laten, dan blijft onze zonde even onbepaald en vaag als de “machten van het kwaad” waar Wright zo veel over spreekt. De Schrift is niet zo vaag: ieder die zondigt breekt de wet; in feite is zonde wetteloosheid (1 Johannes 3:4).

 

Wanneer Wright de wegvoering in ballingschap bespreekt van Israel naar Syrië en Babel, dan bestempelt hij laatstgenoemde heidense machten als monsters waarvan het kleine Israel als slachtoffer moet worden gered. Waar Wright op een heel vage manier Israëls zonde erkent, was Daniel helemaal niet zo vaag in zijn geweldige gebed van schuldbelijdenis: Alle Israëlieten hebben uw wet overtreden, zijn daarvan afgeweken en hebben niet naar u  geluisterd. De met een eed bekrachtigde vervloekingen die opgetekend staan in de wet van Mozes, de dienaar van God zijn over ons uitgestort, want wij hebben tegen u gezondigd (Daniel 9:11). De wet is ons gegeven zodat we zonde bij onszelf ontdekken en een redder zoeken (Romeinen 3:30, 7:13),  niet alleen opdat we zouden weten hoe te leven als leden van het huisgezin van God.

 

Het grote gevaar is hier dat Wrights geïnteresseerde, zoekende, maar verloren lezers zullen falen in het  vluchten voor het komend oordeel door zich niet te bekeren en aan Christus toe te vertrouwen. Bewogen persoonlijke oproepen zich te af te keren van de zonde in al zijn verschijningsvormen en de redding te zoeken in Christus vormen de kern van de dienst der verzoening (Handelingen 2:40, Handelingen 20:31, 2 Korintiërs 5:20), maar zij zijn tot zwijgen gebracht in Eenvoudig Christelijk. Wright zegt: “Zonde” (hij zet het letterlijk tussen komma’s) is niet simpelweg het breken van een wet. Het is het missen van een mooie buitenkans om dicht bij God te komen (blz 190) . Dit soort taalgebruik is buitengewoon vlak en geheel verschillend van de heftige toespraken van de Oud Testamentische profeten, Johannes de Doper (bv Mattheus 3), Jezus (bv Mattheus 23, Lucas 13) en de apostelen in het boek Handelingen.

 

Wright lijkt een grote persoonlijke aversie te hebben tegen de leer van Gods toorn over de zonde en de verzoening van die toorn door bloedstorting. Hij gebruikt vooral onschuldige taal met betrekking tot  verzoening wanneer hij feitelijk een pantheïstisch gebed aanbeveelt, waarin een heiden op zoek gaat om zijn hart af te stemmen op “de diepste werkelijkheden van de wereld en van jezelf”.  Wright voegt daar provocatief aan toe: “dit is een pantheïstisch gebed. Het is in mijn opinie een stuk gezonder dan heidens bidden, waarin een mens probeert een oorlogsgod, een riviergod of een huwelijksgod probeert op te roepen, gunstig te stemmen, te bepraten, of om te kopen, met als doel speciale gunsten te krijgen of bepaalde gevaren te vermijden” (blz 144). De leer over de verzoening is dat God in feite een gepassioneerde toorn heeft tegen de zonde, en dat zijn toorn is verzoend door het bloed van zijn enige geliefde zoon. (Romeinen 3:25, Hebreen 2:17, 1 Johannes 2:2, 1 Johannes 4:10)

 

Wright noemt ook nergens de hel en de eeuwigheid van Gods toorn die hij zal uitgieten over de verdoemden (openbaringen 14:11). Er bestaan twee grote voorstellingen van Gods rechtvaardigheid in het universum: het kruis van Christus en de hel. Op een van deze beide plaatsen, zal elke enkele overtreding in de geschiedenis worden aangeraakt door de rechtvaardigheid van God (Mattheus 3:7, Efeze 5:7). Wright doet dit nergens, en dat is een ernstige fout.

 

  • De Schrift

 

Hoewel Wright ons een uitstekende dienst bewijst door aandacht te vragen voor de kracht van de door “God geademde” aard van de Schrift, en hij spreekt over een belangrijk punt van overlap en contact tussen hemel en aarde, doet hij ook een aantal dingen die het vertrouwen in de volkomenheid van het Woord ondermijnen.

 

Bijvoorbeeld: Wright heeft de nare gewoonte om te spreken over het later bijwerken en samenstellen van de wet van Mozes, of de compilatie van de uitspraken van Jesaja, of dat het boek Daniel eeuwen later zou zijn geschreven dan dat de persoon uit het boek feitelijk leefde. Deze beweringen zijn onbewezen speculaties die gebruikelijk zijn bij schriftcritici en die geen behulpzame rol spelen in een boek voor ongelovigen.

 

Vooral Wrights behandeling van Daniel is zorgwekkend. Hij spreekt over het boek als of het is veranderd en geaccepteerd in de tweede eeuw voor Christus, terwijl de visioenen al gedeeltelijk zijn vervuld. Met betrekking tot het glorieuze Daniel 7 zegt Wright: Hoewel het heel goed mogelijk is dat deze passage terug te voeren is op een feitelijke persoon met de naam Daniel die vreemde en turbulente dromen had en verlangde om die uit te leggen, is dit boek nauw gerelateerd aan het bekende genre dat de gewetensvolle en fijnzinnige constructie van fictieve dromen gebruikt met als doel een uitgebreide allegorie te geven (blz 170)

 

Hij wil dit (de fictieve dromen) vervolgens verbinden met John Bunyans Pilgrims Progress. Maar dat is niet hoe het boek van Daniel zichzelf aandient. Heeft hij nagelaten op te merken dat elk hoofdstuk vanaf Daniel 7 tot en met 11 is geworteld in een specifieke plaats en op een specifiek tijdstip?

 

Daniel 7:1 In het eerste jaar van koning Belsazzar van Babylonië had Daniel een droom…

Daniel 8:1 In het derde regeringsjaar van koning Belsazzar kreeg ik, Daniel, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen.

Daniel 9:1-2 In het eerste jaar nadat Darius, zoon van Xerxes en Medier van geboorte, tot koning was gekroond over het rijk van de Chaldeeën, in het eerste jaar van zijn koningschap, leidde ik, Daniel, uit de boeken af hoeveel jaren het zou duren voordat de puinhopen van Jeruzalem verdwenen zouden zijn.

Daniel 10:1 In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniel, die Belsassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard.

Daniel 11:1 In het eerste jaar van Darius, de Medier steunde en beschermde ik hem.

 

Omdat het hele thema van Daniel is de absolute soevereiniteit van de almachtige God over de opkomst en neergang van de menselijke naties, zijn deze historische tijdsbepalingen essentieel. Als “heel de schrift door God geademd is”, zoals Wright vaststelt op basis van 2 Timotheüs 3:16, was er dan een man met de naam Daniel die een droom had zoals weergegeven in Daniel 7 “in het eerste jaar van Belsazzar, koning van Babylon”? Zo niet, dan is dit Bijbelvers niet juist. Dit is bepaald geen ondergeschikt punt.

 

Maar het wordt erger. Hij gebruikt Daniel 7 om aan te tonen dat veel in de Schrift op een metaforische manier kan worden uitgelegd, en niet “letterlijk”. Hij stelt dat de vier beesten uit de zee niet werkelijk bestonden, en dat niemand zou beweren dat dit wel zo was. Welnu, Daniel zelf dacht ook niet dat de dieren werkelijk bestonden, maar juist dat ze – omdat ze in een droom voorkwamen – de werkelijkheid vertegenwoordigden. Evenals het beeld in Daniel 2 de loop van de geschiedenis vertegenwoordigde, vanaf Babel tot aan het Romeinse Rijk, evenals de boom in Daniel 4 Nebudkanesar vertegenwoordigde, evenals de ram en de ruwharige geit Medie/Perzië en Griekenland vertegenwoordigde (zie Daniel 8:20), zo vertegenwoordigen deze vier beesten uit de zee ook vier grote wereldmachten. De engel biedt de uitleg van deze beesten in Daniel 7:16-17, dus dit visioen wordt gegeven met een eigen interne uitleg, en we worden niet achtergelaten in verwondering over wat het zou moeten betekenen. Wright creëert een schijntegenstelling als hij erop wijst dat Daniel 7:2 zegt dat de beesten uit de zee opkomen, maar dat Daniel 7:17 zegt dat de koningen uit de zee opkomen, alsof er zelfs binnen dit visioen sprake zou zijn van een soort contradictie. Ik herhaal, een zorgvuldige analyse van de tekst bewijst dat dit een zinloos punt is: de beesten komen niet uit de zee, maar de koninkrijken die ze vertegenwoordigen komen op de aarde en zullen streven naar de heerschappij over de aarde. Wrights hele punt is erop gericht een letterlijke uitleg te verwerpen, waar het er in zijn visie om gaat te kunnen omgaan met de complexe rijkdom van de Bijbelse taal.. Prima, maar deze manier van omgaan met Daniel 7 ondermijnt feitelijk het vertrouwen in het woord van God.

 

Het ergste moment van alles komt als Wright compleet het glorieuze en profetische “Zoon van God” visioen in Daniel 7: 13-14 verbroddeld.

In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die er uit zag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.

 

Christus noemt zichzelf “Zoon des mensen” gedurende zijn gehele dienst, en citeert dan deze specifieke passage op het moment van zijn proces:

 

De hogepriester stond op en vroeg Jezus: “waarom antwoordt u niet? U hoort toch wat deze getuigen zeggen? Maar hij bleef zwijgen en antwoordde niet. Toen vroeg de hogepriester hem: Bent u de Messias, de Zoon van de Gezegende? Jezus zei: Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel. (Marcus 14:60-62)

 

Jezus richtte de aandacht van de hogepriester op de helderste passage in het Oude Testament waar het gaat om de godheid van de Christus. Hier gaat het om iemand anders dan de almachtige God (de Oude van Dagen zat immers op de troon) komend op de wolken van de hemel (een onderscheidende hemelse positie) in de aanwezigheid van God, waar hij zeggenschap, glorie en macht ontving. Het woord “eren” in Daniel 7:14 wordt altijd gebruikt voor het eren van (een) god, en niet voor het respecteren door een mens van een ander mens met zeggenschap. Dit was precies datgene wat Sadrach, Mesach en Abednego weigerden te geven aan het gouden beeld in Daniel 3. Elk moment dat dit Aramees woord wordt gebruikt heeft het te maken met het eren van een godheid. Deze Zoon des Mensen is daarom een menselijke gestalte die privileges ontvangt die alleen aan de almachtige God toebehoren. En het is vanwege dit belangrijke woord “eren” dat ik een verband moet verwerpen tussen de “Zoon des mensen” en de “heiligen van de hoogste God”. Inderdaad zullen de Zoon des mensen en de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen (Daniel 7:18), maar het woord “eren” kan aan niemand anders worden toegeschreven dan aan God zelf. En daarom is het een sterk getuigenis van het goddelijk zijn van de mens geworden Christus. Exact vanwege deze reden citeert Jezus Daniel 7 op een cruciaal moment, namelijk wanneer de hogepriester op het punt staat hem ter dood te veroordelen. Jezus koos daarmee de juiste Bijbeltekst!

 

Andere passages zinspelen ook op de komst op de wolken. Jezus zelf gebruikt deze uitdrukking in het gesprek op de Olijfberg, waar hij zegt dat de volken de Zoon des mensen zullen zien komen op de wolken met macht en grote glorie. (Mattheus 24:30. De engelen spreken tot de apostelen die zojuist de hemelvaart hadden meegemaakt tot wolken Jezus aan hun ogen onttrokken, en prediken dat Jezus zal terugkomen op deze aarde op dezelfde wijze als hij deze heeft verlaten: op de wolken. En Johannes citeert dit: “Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken zullen over hem weeklagen. Ja, amen” (Openbaringen 1:7)

 

Welnu waarom doet Wright hetzelfde als de Joodse geleerden deden met het visioen van de Zoon des mensen (Daniel 7), namelijk door te beargumenteren dat “de Zoon des mensen” duidt op het joodse volk omdat zij het koninkrijk van God ontvangen? Wright maakt het idee dat Jezus terug komt op de wolken bijna belachelijk en geeft aan het volk van God een privilege dat alleen toekomt aan Christus.

(Tom Wright:) En de komst van de Zoon des Mensen in 7:3 wordt uitgelegd, niet in letterlijke termen van een menselijke gestalte die rondvliegt op een wolk, maar in metaforische en tegelijk buitengewoon concrete bewoordingen van “de heiligen van de Hoogste” (d.w.z.: loyale Joden) die het koninkrijk ontvangen en het bezitten tot in eeuwigheid (7:18)”

 

Hoe kan een christelijke voorganger zo gemakkelijk het visioen van de Zoon des mensen opgeven?  Ja, de heiligen ontvangen het koninkrijk, echter onder Christus. De Zoon des mensen staat niet voor “loyale joden”. Het tekstgedeelte “Alle heersers zullen hem eren en dienen” (Daniel 7:27) maakt duidelijk dat er menselijke heersers zullen die de almachtige God zullen eren terwijl ze op aarde regeren, maar dat ze niet de Zoon des mensen zijn die het koninkrijk ontvangt. Het is juist zo dat “elke macht in hemel en op aarde” is gegeven aan Christus (Mattheus 28:8) en dat in zijn naam alleen de heiligen zullen regeren. NT Wrights bespreking van Daniel 7 is een ernstige ondermijning van de hoge visie op de Schrift die hij elders laar zien.

 

  • Overige punten

 

Er is een aantal kleinere algemene punten die te noemen zijn over Eenvoudig Christelijk. Wright tracht vaak vredelievend en verzoenend te zijn ten opzichte van buitenstaanders, maar hij gebruikt daarbij uitdrukkingen die hij beter niet kan gebruiken. Hij noemt bijvoorbeeld de Islam een grootse religie. Maar de Islam is een duivelse verdraaiing die erop uit is menselijke zielen te vernietigen door de godheid van Christus te ontkennen, en door de mogelijkheid te bieden door werken rechtvaardigheid te bereiken in plaats van vertouwen op Christus’ werk aan het kruis. Wat is daar “groots” aan?

 

Hij stelt dat het Jodendom en de Islam een soort verre neven of vervreemde zusters zijn van het Christendom. Maar geeft hij daarmee deze Christus ontkennende religies niet een status die schadelijk is voor Wright bevlogen apologetische doelen?

 

Wright gebruikt ook ontvlambare taal die beledigend zou zijn voor conservatieve mensen. Hij noemt Farizeeën nogal graag de “religieus rechtsen” (blz 96), en hij beschrijft degenen die bommen plaatsen bij abortusklinieken als kwaad, terwijl hij nergens spreekt over het kwaad van abortus op zich. Hij kiest er ook voor als voorbeelden van Christelijke moed degenen te kiezen die opkwamen voor sociale rechten, zoals William Wilberforce, Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King jr en Desmond Tutu, maar hij verwijst nergens naar die missionaire martelaren die hun leven hebben afgelegd voor het evangelie, zoals degenen nu in Sudan die omkomen wanneer ze in handen van de Moslims vallen.

 

Wright doet er goed aan te spreken over het “Nieuwe schepping nu” streven van de kerk, maar is erg zwak als het gaat om het streven “de verlorenen te zoeken”(Lucas 19:10) door de evangelie over heel deze aarde te verkondigen (Mattheus 28:18-20, Handelingen 1:8).

 

Tenslotte, Wright zegt bijna niets over persoonlijke geestelijke ontwikkeling in Christus (heiliging), en neigt er toe dit te minimaliseren onder de grotere issues van eredienst, sacrament, en werken aan sociale gerechtigheid in de naam van het koninkrijk. Wrights sacramentalisme is ook een issue voor mij als baptist. Hij lijkt het avondmaal een gelijke status te willen geven als het woord van God, als het gaat om macht en invloed in de kerk. De bijbel doet dat nergens. Psalm 19 en 119 zijn beide grote lofprijzingen op de macht van het geschreven woord van God, en het primaat van het woord wordt heel de bijbel door helder benadrukt.

De waarde van het avondmaal komt daar niet bij in de buurt, zelfs als ontvangen we de opdracht het te doen voor onze spirituele vorming.

 

Samenvatting

 

NT Wrights Eenvoudig Christelijk is het product van een doordachte, uitgesproken geleerde die op zoek is naar een middel om het Christendom te communiceren naar een ongelovige wereld. Maar als de theologische en apologetische visie in dit boek het normatieve patroon gaat worden voor de kerk, dan zullen de resultaten schadelijk zijn voor de toekomst van Christus koninkrijk tot aan de einden der aarde.

 

Andrew Davis is senior voorganger in de First Baptist Church in Durham, North Carolina.

 

http://9marks.org/review/simply-christian/