Waar komt geloof vandaan? Deze vraag kwam bij me boven na het lezen van de volgende preeksamenvatting:

Als we Jesaja 11:1-­10 lezen, worden we meegenomen in een  schitterend visioen. Jesaja heeft net geprofeteerd over het  wereldrijk Assyrië: ‘de hoogste bomen worden omgehakt, de  statigste stammen komen ten val’ (Jes. 10:33). En dan is daar  de afgehakte boomstronk van Isaï als beeld voor Gods volk.  Einde verhaal… Maar: er groeit een groene uitloper aan! Zie je  het? Een boomstronk en een nieuw begin, klein maar zo  veelbelovend, een nieuwe lente. Zie je Jezus? Hij is dat nieuwe  begin van een betere wereld. En wat dan opvalt: hoe belangrijk is de Geest (ook al in het  Oude Testament)! Zonder Geest gaat het niet. Zie ook het begin  van Jezus’ bediening als hij met de Geest wordt gedoopt (Mar.  1:9­11). ‘De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest  van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig  beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER’ (Jes.  11:2). Zeven geesten, de volheid van de Geest rust op Jezus. Zo  begint verandering. En dat is nog steeds zo: dit geldt voor Jezus  én voor zijn volgelingen. Een klein begin, onopvallend, en dan komt de Geest erbij. Bid om de Geest zodat je alles ontvangt.

Het laatste uit de voorgaande alinea klinkt als de oude slagzin “Iets van jezelf en iets van Maggi”: een klein spiritueel begin bij ons waar de Geest aan wordt toegevoegd. Klinkt goed, maar de belijdenis leert ons iets anders:

–          Mensen zijn niet in staat om ook maar iets voor hun behoud te doen, zij willen nog kunnen tot God terugkeren, zonder de genade van de Geest (DL III/IV, 3)

–          De mens kan door het licht van de natuur (waardoor hij enige kennis heeft van God en van de moraal) niet tot heilbrengende kennis van God komen en zich tot Hem bekeren. (DL III/IV, 4)

–          Het geloof is een gave van God. God bewerkt in de mens zowel het willen als het werken (DL III/IV,14)

–          Het heeft God behaagd zowel onder het oude als het nieuwe verbond gelovigen te behouden door de kracht van de Heilige Geest en door de bediening van de verzoening: het evangelie van de Messias. (DL III, 6)

–          De wedergeboorte brengt God zonder ons in ons tot stand (DL III,12)

De preek gaat als volgt verder:

Geleid door en bekrachtigd met de Geest is Jezus degene die  volkomen eerlijk is. Zijn oordeel wordt gevormd vanuit  eerbied voor de HEER. Hij neemt het op voor armen en  zwakken, maar hij haat het onrecht en zet schuldigen op hun  plaats. Zijn koninkrijk is vol gerechtigheid: schijnheiligheid en  onrechtvaardigheid roeit hij uit. De gordel van gerechtigheid  die hij draagt past ook bij ons als zijn volgelingen (zie ook de  geestelijke wapenrusting: Ef. 6:10­-17). En dan ziet Jesaja een  schitterend vrederijk (Jes. 11:6­8) waar vijandschap tussen  dieren (lam, leeuw, panter, bokje enz.) en mensen  (zuigelingen, kinderen) voorbij is en Gods heerlijkheid  verschijnt (vgl. Rom. 8:18­-26). Het visioen komt tot een  hoogtepunt in de ‘kennis van de HEER’ (het  samen ­leven­ met ­God als het enige wat er echt toe doet) die de  aarde vervult (Jes. 11:9) en in de telg van Isaï die door alle  volken wordt gezien ­ ‘en zijn woonplaats zal schitterend zijn’  (Jes. 11:10). Kijk naar Jezus! Kijk naar Jezus! 

Dus: een betere wereld begint bij God (hij schept als Vader een  plaats om te wonen) en dan bij Jezus (‘Het is zover! Gods  nieuwe wereld is dichtbij!’ Mar. 1:15). En nu (want wij leven in  de tijd van de Geest) begint een betere wereld bij de heilige  Geest: ‘Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat  de Geest wil brengt leven en vrede’ (Rom. 8:6). Een betere wereld begint… bij jezelf En als je dat allemaal hebt gezien en erin gelooft en je eraan  toevertrouwt, dan kunnen we ook voorzichtig, bescheiden, nederig en hoopvol zeggen: een betere wereld begint jezelf. Bij  jou als kind van God, als volgeling van Jezus, bekrachtigd met  de Geest van wijsheid, kennis en ontzag voor de HEER. 

In het begin van deze alinea wordt gezegd: een betere wereld begon ooit bij de Vader, later bij de Zoon en tegenwoordig bij de Heilige Geest. Anders gezegd: er was een tijdperk van de Vader, later van de Zoon en tegenwoordig van de Heilige Geest. Een vlotte redenering, maar anders dan de belijdenis zegt: God is niet in drieën gedeeld, want de Heilige Schrift leert ons dat de Vader en de Zoon en de Heilige Geest wel ieder hun zelfstandigheid hebben, maar toch zo dat deze drie personen een God zijn. Zij zijn alle drie een, in waarheid, in macht, in goedheid en barmhartigheid. (NGB, 8) De Heilige Geest gaat van eeuwigheid van de Vader en de Zoon uit (NGB, 11).

Verder begint een betere wereld helemaal niet bij jezelf, maar bij God.  Die betere wereld komt niet nu tot stand, maar pas na de jongste dag: “Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij”. Het nieuwe Jeruzalem “daalt neer, bij God vandaan”” . “Hij die op de troon zat zei: Alles maak ik nieuw”. (Openbaringen 21: 1,2,5)