Staat in Colossensen 2:14-15 dat de wet is vernietigd, en dat we daarom niet meer aan onze zonden hoeven te denken en daar ook geen vergeving voor vragen? Gedachten naar aanleiding van een gehoorde preek over de tekst waarin staat: “God heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en vernietigd door het aan het kruis te nagelen”.

 

Inhoud van de gehoorde preek:

Het document is dat ons aanklaagt is de wet die ons niet redt. Op goede vrijdag heeft God de wet vernietigd, door die aan het kruis te nagelen. Jezus redt, door de dood heen. Je kunt beter niet zeggen “’God wil onze zonden vergeven”, want Hij heeft ze al vergeven. In de Catechismus staat: Vergeving van onze zonden betekent dat (omdat Christus voldaan heeft) God nooit meer wil denken aan al mijn zonden, ook niet aan mijn zondige aard. Als God er niet aan denkt, moeten wij dat ook niet doen. Als we nog wel eens worstelen met veroordeling komt dat niet van God. We hoeven ook niet steeds opnieuw God te bidden “vergeef ons onze zonden”.

 

Klopt het wel wat deze preek zegt?

Jezus zegt in de Bergrede dat elk detail (jota, tittel) van de wet van kracht blijft, zolang de hemel en aarde bestaan. En in de brief van Paulus aan de Romeinen staat dat de wet goed is. Omdat de Heilige Geest zichzelf in de Bijbel niet tegenspreekt, kan die wet dus niet vernietigd zijn aan het kruis.

Wat er vernietigd is aan het kruis: niet de wet, maar het document dat de aanklachten bevat. Je kunt denken aan een proces-verbaal. Als dat proces-verbaal vernietigd zou worden, dan blijft de Nederlandse wet gewoon bestaan.

Christus lichaam wordt aan het kruis genageld. In de Catechismus lezen we: onze oude mens wordt met Christus gekruisigd, opdat de slechte begeerten van ons lichaam ons niet meer overheersen. (v/a 43). Dat sterven van de oude mens betekent verdriet omdat we God vertoornd hebben. En ook dat we steeds meer een hekel krijgen aan onze zonden, en die zonden uit de weg gaan. (v/a 89)

De Catechismus (v/a 56) zegt inderdaad dat God nooit meer aan onze zonden wil denken. Maar de Catechismus zegt ook dat wij dat nog wel moeten doen! Juist daarom worden we in de kerk steeds opnieuw met de 10 geboden geconfronteerd. Zodat we ons leven lang onze zondige aard steeds beter leren kennen, en daardoor de vergeving van zonden en gerechtigheid alleen bij Christus zoeken (v/a 43).

‘Vergeef ons onze schulden’ betekent:  ‘wil ons, arme zondaren, geen van onze misdaden toerekenen, en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is’. (v/a 126)

Bidden (naar het model van het Onze Vader) is het belangrijkste wat God van ons vraagt. God wil zijn genade en Heilige Geest alleen geven aan hen die van harte en zonder ophouden Hem daarom bidden, en daarvoor danken. (v/a 116).

Naast bidden mogen we ook danken, want de vergeving is een feit: voor ieder die gelooft. Dankzij het volbrachte werk van Christus. Maar voor wie niet gelooft is de vergeving niet. En dus moeten we het woord van God verkondigen, bidden voor mensen die nog niet geloven, en ook in onze daden leven zoals God het van ons vraagt.

————————————————————————————————————————————————————————-

 

In het kruis zal ik eeuwig roemen

en geen wet zal mij verdoemen,

Christus droeg de vloek voor mij,

Christus is voor mij gestorven,

heeft gena voor mij verworven,

ik ben van dood en zonde vrij.

 

Dat is een echt goede vrijdag lied.

Dat lied maakt duidelijk wat hierboven al werd uitgelegd aan de hand van de Catechismus.

God heeft zijn Zoon niet de wet laten verscheuren (dat zouden wij wel barmhartig en liefdevol hebben gevonden) maar God heeft zijn Zoon alle schuld laten betalen (God is ook rechtvaardig). Alle schuld die wij mensen hebben opgespaard in zoveel eeuwen, en de niet te overziene hoeveelheid straf aan lichaam en ziel die erbij hoort. Die vloek droeg Jezus aan het kruis.

Voor ieder die gelooft geldt: we zijn eigendom van onze trouwe Heiland Jezus Christus. Hij heeft voor alle schuld betaald. Dat is de unieke troost in leven en sterven. Om die troost te ontvangen, moet je weten van je ellende, je moet je redder kennen, en je gaat leven uit dankbaarheid.

Die ellende ken je uit de – nog niet verscheurde – wet.

————————————————————————————————————————————————————————-
Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 20)  over Gods rechtvaardigheid en barmhartigheid in Christus

Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur (onze menselijkheid) waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen.

Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden.

Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben.

Hier zie je: Christus heeft betaald, in onze plaats: zo is aan Gods rechts-eis voldaan (God is rechtvaardig). Wat Christus heeft verdiend, wordt aan ons toegerekend (God is barmhartig).