Nav een boekje uit 1846 van dr Kohlbrugge (Waartoe het Oude Testament) over dit onderwerp, ik vat dat hieronder samen

Als intro te lezen:

– Jezus en Emmausgangers (Lucas 24:19-27)

– Filippus en de Ethioper (Handelingen 9:26-40)

– toespraak van Paulus tot Agrippa (Handelingen 26:22 en 23)

0) De bijbelschrijver Lucas prijst de joodse mensen in Berea (Griekenland) omdat ze dagelijks vanuit de Schriften controleren of het waar was wat Paulus en Silas hun vertelden (Handelingen 17:11). Conclusie is dan dat de leer over Christus geheel in het “Oude Testament” gevonden kan worden.

1) we staan er vaak niet bij stil, maar in de tijd van het Nieuwe Testament (0 – 50 na Christus) bestond de Bijbel uitsluitend uit datgene wat we nu het “Oude Testament” noemen. Dat was hun Bijbel. Verder nog niets van de boeken Mattheus tot en met Openbaringen. De vertaling die ze gebruikten was de Septuaginta.

2) Men sprak in de tijd van het Nieuwe Testament over het “Oude Testament” als:

– de Schrift

– de Schriften

– de Heilige Schrift

– Mozes en de Profeten

3) Men citeert in de tijd van het Nieuwe Testament uit het “Oude Testament” met de woorden:

– God zegt

– iemand zegt

– de Geest zegt (bv Handelingen 28:25)

4) Petrus vindt de brieven van Paulus even geloofwaardig als de Schriften van Mozes en de Profeten (2 Petrus 3:16); Paulus zelf noemt in 1 Corinthiërs 15 als de inhoud van het evangelie:

> dat Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften (vers 3)

> dat Christus is begraven en opgewekt, naar de Schriften (vers 4)

5) Paulus spreekt in 2 Corinthiërs 3:14 over een bedekking die ligt bij het voorlezen van het Oude Testament; als je dit hoofdstuk goed leest zie je dat Paulus hier spreekt over 2 manieren van Bijbellezen: naar de letter en naar de Geest. Als je de toenmalige Bijbel (= het “Oude Testament”) naar de letter leest, is het een oud testament, als je het naar de Geest leest is het een nieuw testament. Elders zegt Paulus over de 10 geboden dat ze bediening van de vervloeking kunnen zijn, of bediening van de gerechtigheid, dat ze dood of Geest zijn. Samengevat: het ligt er maar aan hoe je het “Oude Testament” leest:

> Letterlijk: dan is het dood

> geestelijk: dan is het Geest, je leest het dan als iets waarin alles betrekking heeft op Christus

Heel mooi is dit samengevat in 1 Timotheus 1:8.

6) De joden lazen hun Bijbel omdat ze meenden “in de Schriften eeuwig leven te hebben” (Johannes 5:39, Lucas 10:25-28), dus niet omdat ze bv redding van de Romeinen verwachten.

7) In hun synagoges lazen de Joden Mozes en de Profeten, de kleinste afwijking ervan hielden ze voor godslastering, zo wisten ze hoe ze tot God moesten komen (Marcus 10:12)**

8) In de tijd van het “Nieuwe Testament” wist men van de Messias

– Dat Hij in Bethlehem geboren zou worden

– dat Hij Davids zoon moest zijn

– dat zijn komst door Mozes was beloofd als de Profeet

– dat er een voorloper zou zijn

– dat Hij alle dingen zou herstellen en alle zonden zou wegnemen

– dat Hij koning moest zijn

– dat zijn rijk een hemels rijk zou zijn

– dat Hij veel tekenen zou doen

– dat Hij zaligmaker van de wereld zou zijn

– dat Hij God’s zoon zou zijn

– dat Hij verworpen moest worden

– dat Hij eeuwig zou blijven

9) Jezus’s tijdgenoten verlangden naar de Messias, en geloofden dat Jezus de beloofde Messias was:

– Simeon, zijn lofzang is doorspekt met Bijbelcitaten

– Anna

– Zacharias, zijn lofzang: ‘De God van Israel heeft gedaan wat hij van oudsher heeft gesproken door de mond van zijn heilige profeten’

– Elisabeth

– Maria, haar lofzang is een echo van de lofzang van Hanna

– de herders

– de wijzen

– Johannes de doper: ik ben de stem van een die roept in de woestijn (Jesaja 40:3)

– Andreas

– Filippus: hij zegt aan Nathanael: we hebben hem gevonden, die Mozes en de profeten beschreven hebben: het is Jezus, zoon van Jozef, uit Nazareth.

– Nathanael

10) Het “Oude Testament” heeft veel voor Jezus betekend in zijn leven op aarde

Hij zegt in Johannes 5:46 ‘Als jullie de Schriften van Mozes niet geloven, hoe zul je dan mijn woorden geloven?’ In zijn toespraak in de synagoge over Jesaja 61:1 zegt Hij: ‘vandaag hebben jullie deze Schrifttekst in vervulling zien gaan’. In zijn bergrede zegt Jezus: ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet en de Profeten af te schaffen, maar om ze tot vervulling te doen brengen (Mattheus 5:17). Toen Johannes de doper werd overvallen door geloofstwijfel, wees Jezus hem op de profetieën uit het “Oude Testament”. (Mattheus 11:2-6). In Lucas 20:27 legt Jezus uit aan de Sadduceeën dat de opstanding van de doden al wordt genoemd in het “Oude Testament”.

11)de evangelisten en hun begrijpen van het “Oude Testament”

> Mattheus start met een geslachtsregister te noemen van Adam tot Jezus. Verder gebruikt Mattheus heel vaak de uitdrukking ‘opdat in vervulling zou gaan’ (1:22, 2:17, 2:23, 3:3, 4:1, 8:17, 12:17, 13:35, 21:4, 27:9)

> Marcus start zijn evangelie met citaten uit Jesaja en Maleachi en Psalm 2. Bij de beschrijving van de kruisiging verwijst hij naar Jesaja 53 (Marcus 15:27)

> Lucas schrijft over Zacharias en Elisabeth dat ze gelovige mensen waren die zich strikt aan de geboden hielden (Lucas 1:6)

> Johannes begint zijn evangelie met een verwijzing naar Genesis 1 ‘in het begin was het Woord’, en ‘het leven was het Licht van de mensen’. In Johannes 14:26 zegt Jezus: de Heilige Geest zal jullie alles duidelijk maken wat Ik tegen jullie gezegd heb’, dit kom je ook tegen in het verhaal over de intocht in Jeruzalem: op dat moment begrepen de discipelen niet dat Jezus keuze voor een ezelsveulen direct verband hield met het in vervulling doen gaan van Jesaja’s profetie (Lucas 12:16)

12) de apostelen en hun gebruik van het “Oude Testament”

>  Handelingen laat zien hoe Petrus het “Oude Testament” samenvatte (Handelingen 3:11 e.v.), vervolgens Stefanus (Handelingen 7:1 e.v), en tenslotte Paulus (Handelingen 13:13 e.v).

In Handelingen 17 toont Paulus uit de Schriften aan dat Jezus moest lijden en opstaan (vers 2-4)

In zijn toespraak tot koning Agrippa getuigt Paulus: ik zeg niets anders dan wat volgens de Profeten en Mozes  moest gebeuren, namelijk dat de messias zou lijden en sterven en dat hij als eerste van de doden zou opstaan om aan zijn eigen volk en aan de heidenen het licht te verkondigen’ (Handelingen 26:23).

Tijdens zijn huisarrest in Rome sprak Paulus uitvoerig over het Koninkrijk van God, en probeerde op grond van Mozes en de Profeten zijn gehoor voor Jezus te winnen. (Handelingen 28:23).

Paulus start zijn brief aan de Romeinen met te noemen dat hij het Evangelie van God verkondigt dat Hij bij monde van zijn profeten in de heilige schriften heeft beloofd’ (Romeinen 1:1-2).

Heel de brief aan de Romeinen behandelt het “Oude Testament”, dat geldt ook voor Hebreeen.

Paulus drukt Timotheus op het hart zich te houden aan wat geschreven is ‘elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, dwalingen te weerleggen en op te voeden tot deugdzaam leven’ (2 Timotheus 3:16)

Kohlbrugge sluit zijn boekje als volgt af:

Wanneer ik met dit boekje tot stand gebracht heb, dan dank ik dat naast God aan mijn zalige vader, die, toen ik nog zeer jong was, tweemaal tot mij zei: ‘Als je de vijf boeken van Mozes verstaat, dan begrijp je de gehele Schrift.’

Alles wat de dierbare man tot mij zei, maakte op mij de indruk, alsof God door hem sprak, zodat ik zijn woorden in mijn hart bewaarde, ook wanneer ik ze niet wist toe te passen.

Het vlijtige lezen van de boeken van Mozes heeft bij mij van mijn jeugd af aan zijn vrucht gedragen en de grond gelegd tot het later verstaan van de Schriften, zodat mij uit de profetische geschriften de Evangelisten en apostelen zijn duidelijk geworden, en niet omgekeerd.

bron:

http://www.theologienet.nl/documenten/Kohlbrugge%202,%20OudTestament.pdf