In dit artikel willen wij kijken naar de actuele invloed van de mystiek en met name van de ‘christelijke’ mystiek op de evangelische en reformatorische/gereformeerde kerken. In de vorige artikelen (zie onder bij ‘stellingen’) zagen wij dat mystiek een parasiet is, die zich hecht aan de christelijke leer, en met name aan:

1)             het wezen van het geloof,

2)             de  schepping (de ontologie),

3)             de Persoon en het Werk van Christus en

4)             de sacramenten.

Het resultaat is verwarrend, een vermenging van bijbelse en niet-bijbelse elementen! Mystiek is ook protest tegen een gebrek aan ervaring van God’s aanwezigheid en is in die zin een teken van crisis in de christelijke kerk.

Zowel de Bijbel als de mystiek hebben als uiteindelijk doel de gemeenschap met God, een kennen van God, niet formeel maar uit ervaring. Het verschil tussen beiden ligt echter in de manier waarop deze gemeenschap met God gezocht wordt2. Er bestaat dus een bijbelse manier en er is de weg van de mystiek. In de ‘christelijke’ mystiek worden beide wegen bewandeld: de bijbelse en de mystieke weg. Lloyd-Jones noemt in zijn boek ‘In God verbonden’ van deze derde weg als voorbeeld: Bernard van Clairvaux, Charles en John Wesley3. En er zijn vele andere namen te noemen.

Basis-ideeën van de mystiek

Wat zijn dan de vooronderstelde basisideeën die ten grondslag liggen aan het zoeken van die gemeenschap langs de weg van de mystiek4? Alle mystici geloven dat de mens een directe intuïtie kan hebben van het oneindige en eeuwige. Ze geloven God van aangezicht tot aangezicht te kennen zonder enige tussenkomst, gebaseerd op gevoel, niet op het intellect, de rede of het begrip. Het Woord van God als objectieve openbaring wordt als het ware door de mysticus ontkend.

Twee typen mystici

Hoe gaat de mysticus daarbij te werk? Lloyd-Jones vertelt dat men onder de mystici twee typen kan onderscheiden.5

De eerste gelooft in stilte en passiviteit (zie b.v. Eckhart, Madame Guyon, de Quakers met hun innerlijk licht6). Ze zeggen: ‘Kom tot rust en ontspan je, denk niet na en zoek niet; ontledig je, geef je aan God over en dan zal God tot je spreken en dingen aan je doen en zo zul je Hem leren kennen’.

De ander gelooft in activiteit en discipline. Dit laatste type heeft in het westen de overhand en uit zich in een rusteloos zoeken. Zij zeggen: ‘Geef je over aan: introspectie en zelfonderzoek, ga dan over tot meditatie, bidden en vasten; daarna zul je een stadium bereiken waarin je God kunt ervaren: dat is de mystieke weg die je oproept om jezelf te reinigen; je maakt dan een ‘donkere nacht van de ziel’ door, waarin je ervaart dat je God niet kent. Ga dan maar rustig door met zelfonderzoek, meditatie en een ascetische levenswijze, concentreer je en als je dat doet, dan bereik je een staat van verlichting of contemplatie, waarin je de waarheid zult leren kennen en daarna bereik je een staat waarin je gemeenschap hebt met God en waarbij je eigen persoonlijkheid min of meer is opgelost’. Als gevolg horen wij dan van vervoeringen en visioenen.   Laten wij deze mystieke ladder, deze klassieke stadia of geestelijke oefeningen: Purificatio (zuivering); Illuminatio (verlichting); Extasis (vereniging), eens nader bekijken en deze vergelijken met de actuele mystieke invloeden op de evangelische wereld.

Mystiek verlangen tast het geloof aan (parasiet – werking 1)

Verlangen en/of geloof?

De mystieke weg begint met een diepgaand verlangen, naar de gemeenschap met God. Dit verlangen is naar binnen gericht, subjectief, in tegenstelling tot het geloof dat naar buiten kijkt en objectief is. Men zegt dat het verlangen aangeboren is7, omdat de mens toch een beeld van God is, of dat het een aandrang is van de Heilige Geest8, zodat het een aanknopingspunt vormt voor de mystiek. Het is van groot belang hier te onderscheiden. Augustinus zegt in zijn Belijdenissen (I,l) dat ons hart rusteloos blijft totdat het zijn rust vindt in God. Hij zegt ook dat als wij vinden wat wij op verkeerde wijze zoeken, onze onrust nog groter zal zijn9. Tozer10 bevestigt dit door te verwijzen naar Joh. 6:44, ‘Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke’. God zoekt dus allereerst de mens, niet de mens God. Als wij naar God verlangen en zoeken met onzuivere bedoelingen, dan zoeken wij op een verkeerde manier.   Veel recente theologie is therapeutisch van aard en sluit aan bij de postmoderne behoefte aan persoonlijke identiteit en vervulling. O. Guinness in zijn boek No God but God constateert dat christenen een lange weg zijn gegaan van Calvijn naar Freud en van de Puriteinen naar de psychologie11. Wij zijn aangeland in een cultuur van het nooit vervulde verlangen.   Wanneer wij niet uitgaan van de totale verdorvenheid van de menselijke natuur, dan blijft er altijd ergens iets over waarop wij ons kunnen baseren om naar God omhoog te klimmen , iets van onszelf, onze eigenliefde.  En dat gebeurt altijd in de mystiek. Hoewel christenen mensen zouden moeten zijn die opgehouden zijn met zoeken, die de twijfel te boven zijn, blijkt dit niet het geval te zijn, gezien het aantal boeken dat op dit gebied verschijnt12.

Mystiek tast de verhouding aan tussen Schepper en schepsel: grensoverschrijding (van de schepping) d.m.v. de mystieke stadia  (parasiet – werking 2)

De wereld is vol, maar is tegelijkertijd leeg, omdat God uit het blikveld verdwenen is. De mens heeft zijn Schepper aan de kant gezet. Daardoor heeft het leven geen zin. Toch zoekt de mens, maar  hij zoekt naar een god die hem zint. Mystiek of religieus besef sluit aan op zijn uiteindelijke behoeften13. Dat is het verlangen naar vereniging met het goddelijke. En daarvoor wil de mens heel wat doen.   Introspectie en zelfonderzoek   Hij gaat zich afsluiten van de wereld, trekt zich terug in rust en stilte. Dan gaat hij zich bezinnen op zichzelf en zijn eigen positie: hij pleegt introspectie en zelfonderzoek. De geschiedenis van het kloosterwezen en de mystiek legt hier de nadruk op: afzondering van de wereld om God op mystieke wijze te ervaren. En dat gebeurt ook nu weer. Intreden in een klooster is niet meer ongewoon. Ook retraites in kloosters om even op adem te komen. Vieringen in de oecumenische communiteit van Taizé oefenen een grote aantrekkingskracht uit op jongeren, ook op evangelische jongeren14. Eenvoud en eindeloze herhaling van liederen dienen om dichterbij God te komen.   Wil je God werkelijk leren kennen, dan moet je je volgens deze benadering losmaken van kaders: van het denken, spreken, handelen en zelfs van het geloof: je moet leeg worden van alles. Deze leegte van de mystiek schept ontvankelijkheid, openheid15. Dit soort passiviteit en leegte is echter een invalshoek voor geesten16 en is ‘levensgevaarlijk’ (zie het lege huis in Matt.12:43-45).   Als wij altijd naar binnen kijken en met onszelf en onze gevoelens bezig zijn, hebben wij geen verweer tegen de aanvallen op ons christelijk geloof vooral door de psychologie17. Introspectie kan ook leiden tot een ziekelijke houding, die de blijdschap van het evangelie verduistert.  De Bijbel roept ons echter op onszelf te onderzoeken en onszelf te beproeven op een juiste wijze. De Heilige Geest overtuigt ons dan van waarheid en onwaarheid en verheerlijkt de Heer Jezus Christus.   Bidden en mediteren   Gebed is uitdrukking van de relatie tussen een kind en zijn Vader18. Hèt grote model daarvoor is het ‘Onze Vader’. In de mystiek gaat men echter uit van een God die niet gekend wordt als Vader, die ver weg is, een God die afwezig is en die men moet gaan ontdekken in de leegte van het innerlijk. En dat geldt ook voor Jezus Christus. Vandaar dat er in de mystiek allerlei technieken zijn om deze God ‘naar zich toe te bidden’. Dit gebeurt ook tijdens de meditatie van de Schrift. In plaats van het Woord te overpeinzen, concentreert men zich in de mystiek op een enkel vers. Men ‘herkauwt’ dat en dan begint de tekst te spreken. Er is geen behoefte aan de objectieve openbaring en men stelt daarmee de Bijbel terzijde. Ook in de recentelijk weer ontdekte lectio divina, de mystieke omgang met de Bijbel, met de vier onderdelen: lectio, meditatio, oratio en contemplatio is dit het geval19. Zelfs in orthodoxe kringen worden bidmethoden en meditatie-technieken aangeprezen die de bovengenoemde passiviteit  beogen20. Enkele voorbeelden:   Het streven naar de rust van de contemplatie uit zich in een oude meditatievorm, het zogenaamde ‘hesychasme‘. Hierbij spreekt men het ‘Jezusgebed‘ uit, een herhaling van de woorden ‘Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over mij’. Dit wordt op het ritme van de ademhaling eindeloos herhaald. Men past inlegkunde toe op de bijbeltekst ‘bid onophoudelijk’ en zodoende komt men tot het ‘automatische’  hartengebed,  het innerlijk gebed. Het lijkt op het aanleren van ‘in tongen spreken’: mond en tong gaan zich helemaal vanzelf bewegen. Dit gebed wordt gezien als middel tot het heil en de vervolmaking van de ziel. Het is een soort ‘mantra’, waardoor de mysticus God naar zich toeroept21. Je kunt je afvragen of sommige opwekkingsliederen, waarin een beperkt aantal woorden vaak herhaald wordt, niet hetzelfde beogen. Ook het soaking prayer oftewel het doordrenkend gebed, centering prayer, speelt een centrale rol in de dienst der genezing vanuit de charismatische theologie22.   Men kan ook bidden met iconen23. Het is opvallend dat er weer ‘beelden’ nodig zijn om tot God de Vader en Jezus Christus te bidden. Iconen zijn, volgens H. Nouwen vensters op de eeuwigheid en dienen om ons te leiden naar de gebedsruimte binnen in ons en om ons dicht bij Gods hart te brengen. Zij troosten ons en zijn een gids op onze reis. Het is duidelijk dat de Heilige Geest als Trooster en het Woord als licht op ons pad hier niet gekend worden. De mystieke mens wil zien, aanschouwen, want het geloof is niet meer voldoende (2 Kor. 5:7). Weer wordt allegorese toegepast op de bijbeltekst ‘Deze is het beeld (eikôn) van de onzichtbare God’ (Kol. 1:15).   Bedevaarten naar allerlei oorden lijken ook bij protestanten ‘in’ te zijn: men gaat tenminste reeds fysiek op pad naar een bepaald heiligdom of klooster24. Is het een zoektocht naar God of naar zichzelf? Ook rituelen zijn in deze tijd van leegte een manier om structuur te geven aan het leven: stille tochten voor boete en uitzuivering, begrafenisrituelen, bruiloft nieuwe stijl. Omdat de mens God niet meer in Zijn Woord kan ontmoeten, gebruikt hij zijn verbeeldingsvermogen om God, de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus op te roepen via symbolen. En dit gebeurt in een soort namaakwereld, omdat de echte wereld van de Bijbel geen beleving meer oproept25.

Lloyd-Jones gaat in op het grote gevaar van de kracht van de inbeelding26. Hij geeft voorbeelden van massapsychologie en massahypnose op het gebied van het verschijnsel van het spreken in vreemde talen/tongen, van wonderen, van de doop met de Geest, waarbij men zich moet ontspannen en diep de Heilige Geest moet inademen. Het is volgens hem een truc van de duivel om de mens zo naar binnen te keren dat hij alleen nog maar geïnteresseerd is in zijn aandoeningen en ervaringen.   Ascese, zuiveren, vasten,   Ascese is de bron zelf van mystiek27. Het is een voorwaarde voor de uiteindelijke contemplatie, de verlichting. Het is een zich terugtrekken in het innerlijk, een verloochening van het zelf/ego. Mystiek parasiteert hier heel dicht op de christelijke begrippen van zelfverloochening en vasten. Ook in andere godsdiensten vinden wij ascese, vasten, etc.

De Bijbel leert ons dat niets op zichzelf onrein/onzuiver is (Rom. 14:14) en dat alles wat God gemaakt heeft goed is en gegeten mag worden (1 Tim.4:3-5). Toch spreekt de Bijbel over vasten als een middel om de strijd vol te houden tegen obstakels in ons gebed28, maar alleen als het noodzakelijk is. In tijden van verzoekingen, vóór een beslissende keuze, bij bijzonder moeilijke opdrachten, vóór grote daden, wanneer de Heilige Geest Zelf ons aanspoort om te vasten. Wanneer vasten een mode wordt (in veel kerken wordt de Veertigdagentijd als onderdeel van het liturgisch jaar, naar voorbeeld van die in de rooms-katholieke kerk, ingevoerd), kunnen wij vraagtekens zetten. Vasten brengt dicht bij God, maar ook dicht bij de duivel, zegt een koptische monnik. Daarom hoeven wij niet naar eindeloze bidstonden te gaan en onszelf te kastijden en te vasten, indien wij vervuld willen zijn met de Geest, aldus Lloyd-Jones29.   De biecht, in de rooms-katholieke Kerk het sacrament van boete en verzoening, waarmee de Kerk zonden kan vergeven, wordt recent bepleit door protestanten, die kennelijk behoefte hebben aan een rituele beleving daarvan30. Lloyd-Jones maakt de opmerking dat de apostel Johannes er geen moment aan denkt ons te bewegen onze zonden aan iemand anders te belijden (1 Joh. 1:9). Volgens de ‘jongere’ Hegger is de grondfout van deze biecht dat de mens de laatste zekerheid in zich zelf moet gaan zoeken31.   Ook over de aflaat is in februari j.l. een protestants-katholiek gesprek geweest32. De Paus heeft in het Heilig Jaar 2000 een aflaat uitgeschreven voor gelovigen en honderdduizenden maakten er gebruik van. De behoefte aan pastorale praktijken met betrekking tot zonde en boete is schijnbaar groot. Hoe lang zal het nog duren voordat ook protestanten hiermee instemmen? Aflaat vormde voor Maarten Luther de directe aanleiding zich tegen de r.k. kerk te keren, hoewel het nu niet zozeer om geld gaat.

Concentratie, donkere nacht, contemplatie/verlichting    

In de hogere trappen van het mystieke leven is er sprake van een open strijd tegen het Woord van God en dus tegen de Heilige Geest. Dit gebeurt doordat de mysticus zich ‘leeg’ gaat maken: alle  vermogens zet hij op nul. Zodoende voelt hij zich verlaten van God en mensen: de leegte en het niets doemen op. Dit heet de de donkere nacht, de mystieke dood, waar men sterft aan alles, zelfs aan God33. Zo hoopt de mysticus in zijn innerlijk concentratiepunt, in het topje van zijn geest, God te ontmoeten. Wat er dan gebeurt noemt hij contemplatie, verlichting: hij aanschouwt God of iets van God. De mysticus wil tasten, aanraken, nauwkeurig zien, hoewel de Schrift ons leert dat wij wandelen door geloof  en niet door aanschouwen (II Kor. 5:7). Bovendien zien wij Jezus met heerlijkheid en eer gekroond (Hebr. 2:9), maar dan met het oog van het geloof. Ook zijn wij niet in de duisternis, maar in het licht (I Joh. 1:7). Ons concentratiepunt ligt niet in ons zelf, maar buiten ons zelf: het is Jezus Christus Zelf34.

Ook nu zoekt men God in de stilte, in het innerlijk en predikt men een oefening in passiviteit. De Woestijnvaders, levensverhalen van kluizenaars uit het vroege christendom35, spreken weer tot de verbeelding. In dit verband zoekt men weer naar oases in de woestijn van onze cultuur, kerk, geloof en creëert daarvoor een spiritualiteit en extase.   C.G. Jung kunnen wij een moderne mysticus noemen, want hij leert dat in de diepte van het onbewuste het goddelijke, ook het Zelf genoemd, ligt te slapen36. Dit Zelf drijft de mens aan tot ontwikkeling, ons bekend als zelfontwikkeling of zelfontplooiing. Jung èn Freud zijn er de oorzaak van dat het hele leven verpsychologiseerd is en daarmee ook o.a.  het Evangelie, het pastoraat en de counseling: alles draait om de subjectieve ervaring van de mens. De Schrift waarschuwt ervoor niet naar de hemel op te klimmen of in de afgrond (van het hart) neer te dalen (Deut. 30:11-14, Rom. 10:6-8). De mysticus kan niet verwoorden wat daar gebeurt en spreekt over onuitsprekelijke dingen, net als Paulus (II Kor. 12:1-10). Deze laatste echter was nog steeds bij zijn verstand en had zichzelf onder controle.37 De mysticus verliest zijn zelfbeheersing, laat zich gaan en stelt zijn verstand buiten werking, wordt passief. Dat opent altijd de poort voor valse, boze geesten, voor het psychologische, voor suggestie en velerlei andere dingen38.   De ‘Cursus in Wonderen’, de ‘new age bijbel’, vliegt de winkels uit39. Gedurende zeven jaar tekende de psychologe Helen Schucman, innerlijk gedicteerd door Jezus, de tekst op. Boeken als ‘De grote verandering’ van Joanne Klink en ‘Doorgevingen van Jezus’ van Auke Jelsma, pleiten ervoor dat God ook nu spreekt. En mensen raken erdoor in verwarring!   Niets is zo gevaarlijk, als het stellen van de Geest tegenover de Schriften. Men beweert dat men rechtstreeks profetische boodschappen, nieuwe openbaringen van de Geest ontvangt. Het argument is, dat God zich aan de mysticus net zo openbaart als aan de profeten van het Oude Testament. Volgens Lloyd-Jones duurt de inspiratie echter niet voort, zodat een boodschap of openbaring altijd een herhaling is van wat God geopenbaard heeft in de Schrift40.

Vereniging, gemeenschap met God, extase (buiten zichzelf treden)    

‘En onze gemeenschap is met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld/volkomen zij’ (1 Joh. 1:3-4). Dit is het hoogtepunt van de christelijke ervaring en ook het doel: gemeenschap en blijdschap daarover. Deze ervaring is gegrond op objectieve waarheid, op feiten en is voor iedere gelovige gelijk en is altijd gebaseerd op Christus Zelf. Die ervaring is bovendien voor iedere gelovige mogelijk, in tegenstelling tot die van de mystiek. De mystieke ervaring echter is een directe en passieve ervaring van de tegenwoordigheid van God, is totaal subjectief, en dus niet te toetsen41.

Het is belangrijk, zegt Lloyd-Jones, om door de waarheid geleid te worden en niet door onze eigen ideeën. Het is Gods Heiligheid die alle verkeerde ideeën over gemeenschap aan de kaak stelt. Het verlossingsplan, de weg van het heil hebben anders geen enkele betekenis. De hemelse, bijbelse weg begint bij de heilige God die ons dan leidt tot de enige Verlosser, de Heer Jezus Christus.   Maar dit alles vinden wij niet of ternauwernood in de mystiek! Mystiek begint bij de mens en eindigt bij de mens. In plaats van dat wij vragen naar wat God van ons wil, vragen wij naar wat wij willen. Wij willen gelukkig zijn en hopen dat te worden door uit te zien naar allerlei ontroerende ervaringen, door de mystieke weg te bewandelen. Het is heerlijk om Praise-avonden te hebben en opwekkingsliederen te zingen, maar wij weten vaak niet eens wat wij zingen en drijven dan alleen op ons gevoel. Wat te denken van teksten als ‘…droeg U mijn pijn’ (Opwekking 430), waar het alleen om mij gaat en om mijn problemen, mijn gevoel. Op christelijk en niet christelijk terrein verschijnen er talloze boeken over geluk42. De Schrift zegt echter te hongeren en dorsten naar gerechtigheid, blij te zijn in de Heer en niet te veel te letten op onze gevoelens. Als wij geluk zoeken, vinden wij dat nooit, maar laten wij Hem zoeken en Zijn aangezicht, dan zullen wij werkelijk gelukkig zijn.

Het grootste probleem in de kerkgeschiedenis en ook nu is, dat de Kerk behoefte heeft aan de kracht van de Heilige Geest die werkt door het Woord, aan reformatie en opwekking. Wanneer wij ons laten leiden door de Heilige Geest, zullen wij echter ook met de andere geest te maken krijgen. Deze zal het proberen te bederven door het na te bootsen en dat zien wij overal om ons heen gebeuren. Het is dan zaak de Heilige Geest niet uit te blussen, maar ook niet klakkeloos alles aan te nemen.

Mystiek tast de Persoon en het Werk van Christus aan (parasiet – werking 3)

Het gevaar hier is dat Christus’ lijden, sterven en opstaan geen perfectum (voltooide tijd)  is, maar gezien wordt als iets dat zich in de mens zelf letterlijk moet voltrekken. Allegorese (uit het verband knippen) op de bijbelteksten Gal. 2:20: ‘met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is niet mijn ik, maar Christus leeft in mij’ en Matt. 10:38: ‘wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig’, begunstigen dit mystieke denken.   Mystiek hecht zich bij mensen zoals Bernardus van Clairvaux aan de liefde van de mens voor Christus: het is bruids- of liefdesmystiek. Iedere liefdesmystiek gaat uit van de mens (zie zijn boek ‘Een God om lief te hebben’). Er zijn graden in de liefde, trappen, waarlangs men moet gaan om bij God te komen43.

Lloyd-Jones stelt dat wij niet moeten beginnen met God als bron van alle liefde, maar met God als een Licht, met Gods heiligheid. Wanneer wij dat niet doen dan is ons begrip over Gods liefde verkeerd. Hij zegt dat wij overal om ons heen die slappe, sentimentele praatjes horen over God als een God van liefde, Die altijd glimlachend op ons neerziet44. Als wij dan in problemen komen, zeggen wij die God vaarwel!

Mystiek tast de sacramenten aan (parasiet – werking 4)

Mystiek hecht zich ook aan de sacramenten met als doel God direct te ervaren in de sacramenten. De sacramenten in de rooms-katholieke en protestantse mystiek stellen werkelijk tegenwoordig wat ze voorstellen, ze geven verlossing: ze zijn genademiddelen, de gratia infusa. De doop is nieuwe geboorte, de eucharistie is voeding door Jezus’ lichaam45. De mystieke rooms-katholieke traditie gaat boven de symboliek van de sacramenten uit en zegt bijvoorbeeld wat de eucharistie betreft, dat wat in de mis plaats vindt een echt offer is en daar hoort dan de communie wezenlijk bij46.   H.J. Hegger die in zijn vroegere boeken onderscheidde tussen Rome en de Reformatie, die de Heidelbergse Catechismus nogal mild vond wat betreft de vervloekte afgoderij van de mis (zie ‘Hand in Hand met Rome?), vraagt zich nu af of die wederzijdse vervloekingen niet buiten werking gesteld kunnen worden (zie ‘Eén in de levende Christus’)47. In de afgelopen jaren is er vermenging ontstaan tussen het avondmaal en de eucharistie (denken wij maar aan het huwelijk van prins Maurits met Marilène, waar protestanten van de eucharistie gebruik maakten).   De echte unio mystica, de verborgen omgang met God en Zijn Zoon Jezus Christus door de Heilige Geest in ons, is geen gemeenschap door sacramenten, maar door geloof. De werkelijkheid daarvan is niet minder echt, maar wel waar en niet vals. Net zoals de wijnstok zijn sappen laat vloeien in de ranken, zo stroomt het leven van Christus in ons (Joh. 15).

Oorzaken van de huidige invloed van mystiek

De allereerste oorzaak is heel fundamenteel.  Wij kunnen ons namelijk met recht de vraag stellen of mystici weet hebben van de innerlijke mens (Ef. 3:16) of zij weten dat Christus door het geloof  in hun hart kan wonen (Ef. 3:17). Het is geen kwestie van visioenen of extase, maar van het kennen van Christus door de Heilige Geest. En de Heilige Geest ontbreekt duidelijk in de mystiek. Christus woont in ons, net zoals de Heilige Geest in ons woont, door het geloof, in werkelijkheid48.   Wanneer mensen mystiek nodig hebben, dan is hun geloof kennelijk niet voldoende om gemeenschap met God te hebben. De Heilige Geest is door hen bedroefd , of  uitgeblust, aan de kant gezet. Of zij hebben Hem nooit gekend! Daarom, bij gebrek aan het werk van de Heilige Geest, zoeken zij naar een mystieke vereniging! Tenzij de mens de Heilige Geest ontvangt, is deze zonder God in de wereld49. Vandaar alle zoektochten naar een verborgen God.   De postmoderne filosofie sluit hier direct bij aan. In het postmoderne wereldbeeld gaat de mystieke ervaring aan het geloof vooraf, in tegenstelling tot het voorbije, moderne wereldbeeld waarin de christelijke kennis boven het geloof stond. Beide primaten verzwakken en degraderen het geloof.

Ook evangelischen ontkomen niet aan dit proces, lijkt wel. En dat komt omdat wij niet meer kritisch zijn en het hart op de eerste plaats staat, in plaats van het hoofd50: wij zijn kinderen van onze tijd. Bovendien gaan vooraanstaande figuren, leiders in de evangelische wereld, de gelovigen daarin voor. Hoe is dit gekomen? Iain H. Murray in zijn boek Evangelicalism divided (zie voetnoot 49) vertelt hoe er in de jaren 1950 tot 2000 een cruciale verandering heeft plaats gevonden op het evangelisch erf. Hij gaat daarvoor terug naar het werk van Schleiermacher. Friedrich Schleiermacher (1768-1834) heeft in feite de mystiek weer in de theologie geïntroduceerd. In zijn boek ‘On religion’ zegt deze dat religie allereerst een zaak is van gevoel, intuïtie en ervaring. In zijn boek ‘The christian faith’, dat door de uitgevers aangeprezen werd als bijna gelijkwaardig aan de Institutie van Calvijn51, zegt hij dat geloof niet ontstaat door waarheid en kennis van buiten, maar ontspringt uit de mens zelf, uit zijn eigen intuïtie en bewustzijn. Geloof vraagt volgens Schleiermacher daarom niet om geopenbaarde waarheden en niet om een gezaghebbende Schrift. De christelijke ervaring bestaat uit leven, niet uit leer, ervaring gaat aan de leer vooraf. Hiermee brengt hij de doodsteek toe aan de geloofsbelijdenissen. Is het ook een ‘teken des tijds’ dat men recentelijk deze belijdenissen wil schrappen? Zowel rooms-katholieke als protestantse theologen zijn door dit boek diepgaand beïnvloed. Vandaar dat zij de tijd nu rijp achten voor eenheid onder rooms-katholieken en protestanten, waaronder ook pinkster-en charismatische bewegingen, oosters orthodoxen etc.   Iain Murray vertelt daarnaast hoe Evangelischen gestreefd hebben naar meer wetenschappelijke erkenning. Zij voelden zich minderwaardig door het etiket fundamentalist dat hen is opgeplakt52. Het probleem is, wil men wetenschappelijk erkend worden, dat men open moet staan voor andere meningen, maar dat men ook tegelijkertijd vast wil houden aan de onfeilbaarheid van de Schrift. Murray beschrijft hoe dit laatste, wat altijd als waterkering in de theologie fungeerde, langzamerhand is afgebrokkeld53.   Deze factoren hebben geleid tot het idee dat eenheid nu tot stand kan komen door de nadruk te leggen op broederschap in de Heer en niet op de leer, op openheid en niet op separatisme, op het hart en niet op het hoofd. Schleiermacher beweert immers dat er binnenin de religieuze ervaring een gemeenschappelijke essentie is54. Door dat religieuze element in de mens is God verbonden met alle mensen. Vandaar dat tegenwoordig lovende kritieken gegeven worden over de mystieke ervaringen van mystici, omdat men niet meer onderscheidt tussen de goddelijke wereld en de geestenwereld. Ook wordt de lezing van de ‘christelijke’ mystici aanbevolen door evangelischen, zoals Packer, Hegger, Tukker, Op ‘t Hof, Bras, Foster, om maar enkelen te noemen55.

Sommige evangelischen betuigen spijt tegenover hun rooms-katholieke, anglicaanse en oostersorthodoxe broeders vanwege de Reformatie, die door henzelf betiteld werd als een tragedie!56   Hegger en ook Murray57 vertellen ons dat ook de charismatische beweging er de oorzaak van is geweest dat er toenadering kwam tussen rooms-katholieken en evangelischen. David du Plessis, katalysator voor de charismatische beweging, pleitte voor eenheid met rooms-katholieken op grond van een gedeelde ervaring, niet op een gemeenschappelijk verstaan van bijbelse waarheden.   Daarnaast is er ook meer aandacht gekomen voor een eenheid met als band de doop.  Murray gaat hier uitvoerig op in. Dit heeft alles te maken met een veranderde doopopvatting vanuit een nieuwe kerkleer (ecclesiologie). Er ontstaat een tendens de doop te verheffen tot een plaats die de Schrift nooit gaf. Sinds Vaticaan II erkent ook Rome de doop als grond voor interconfessionele broederschap en is nu voldoende om een christen te identificeren. Deze wederzijdse dooperkenning betitelde Hegger destijds als ‘oecumenische show’! Indien men de band van de doop erkent, dan erkent men dus ook een gemeenschappelijk geloof in Christus en dan kent men elkaar als mede-christenen. Als Rome echter zegt dat het sacrament van de doop de genade van de wedergeboorte geeft, dat de doop als sacrament een teken is dat men bij de kerk hoort, dat men christen is, dan is dit radicaal verschillend van wat de Reformatie leert. Het evangelie zegt dat bekering van de zondaar tot Christus plaats vindt door de kracht van de Heilige Geest. Zonder deze boodschap zijn kerk en sacramenten van geen enkel nut tot behoud58.

In de Anglo-Amerikaanse wereld zijn allerlei pogingen ondernomen tot samenwerking tussen evangelischen, anglicanen en rooms-katholieken. Ian Murray beschrijft de toenadering van de anglicaanse kerk van Engeland, met haar evangelische leden, tot de rooms-katholieke kerk in hoofdstuk 8 van zijn bovengenoemde boek ‘Evangelicalism divided’. In 1994 resulteerden deze pogingen in de zogenaamde ECT verklaring (Evangelicals and Catholics Together). J.I. Packer was één van de ondertekenaars. Hij schreef in zijn ‘Why I Signed It’, dat ‘Those who love the Lord must stand together’59. Het doel van de evangelicalen was een dam om te werpen tegen de voortgaande secularisatie en de achteruitgang van maatschappelijke normen en waarden. De evangelicalen zeiden zich te richten op individuele gelovigen in de rooms-katholieke kerk, die zich niet gebonden voelen aan de leer van hun kerk. Toch werden de besprekingen over ECT juist gevoerd met de leiders die in hun geschriften er duidelijk blijk van gaven niet van zins te zijn te breken met de officiële kerkleer. Hèt gevaar van ECT is een openbare gedragslijn die impliceert dat er geen vitaal en essentieel verschil is tussen christendom en rooms-katholicisme.   Ook in Nederland vinden we een dergelijke tendens. De oecumene van het hart onder protestanten in Nederland is een gevleugelde uitdrukking geworden. H.J. Hegger met zijn boek ‘Eén in de levende Christus’ (aanbevolen door kardinaal Simonis en Ds. B. Plaisier, met woorden van meelezers: Deken G. de Korte, de nieuwe hulpbisschop van Utrecht en columnist bij het blad CV.Koers;  K. Smits, pastoor te Hengelo; Martie Dieperink, voorzitter van de Stichting Ontmoeting en Verzoening), houdt een pleidooi voor eenheid door het geloof  vanuit de liefde, maar laat de verschillen in de leer bestaan en vergoeilijkt deze mijns inziens zelfs (zie het conflict in Wesley: zwenken tussen mystieke ideeën en rechtvaardiging door geloof60.   Wij weten echter, dat Rome haar leer altijd trouw zal blijven, getuige de recente verklaring  Dominus Iesus , en dat anderen, ook evangelischen naar de enige en ware Kerk moeten komen. Wat Rome ooit heeft gezegd, kan nooit herroepen worden (zie Ut Unum Sint van 1995): de Kerk en de Paus zijn immers onfeilbaar! Wij weten ook dat Rome de echte weg van behoud niet leert, omdat haar onderwijs voortkomt uit de afwezigheid van de Geest van God61. Eenheid op basis van de Geest van God is niet hetzelfde als eenheid op basis van een oecumenische geest van liefde voor ‘those of all stripes’62.

Lloyd-Jones stelt reeds in 1966 dat het niet moet gaan over eenheid van kerken, maar over de vraag ‘wat is een christen’, ‘hoe krijgen wij vergeving van zonden’, ‘wat is een kerk’. En dat de test van elk theologische systeem het onderwijs van de sacramenten is63.

 

Stellingen:

1. De rechtvaardige zal uit geloof leven (Rom. 1:17); geloof vanuit de Heilige Geest die in ons woont (Joh. 14:23-25; Joh. 15:5) leven-uit-geloof is genieten van God’s aanwezigheid, is christocentrisch, is actualisering van een relatie met een geliefde Persoon. De mysticus daarentegen wil uit verlangen leven; verlangen vanuit de mens naar een directe beleving van eenheid met een afwezige God leven-uit-verlangen is verlangen naar een directe beleving van eenheid met een afwezige God en is antropocentrisch
2. Mystiek is een parasiet, staat niet op zichzelf, maar hecht zich aan een religie, aan een levensbeschouwing, aan personen en zaken
3. De ergste dwaling is toevoegen aan de waarheid van het evangelie (D.M. Lloyd-Jones, ‘Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit’, hfdst. 13)
4. Indien het hart in de zin van het gevoel de plaats van het hoofd of het denken in gaat nemen, dan is geen toetsing meer mogelijk (Lloyd-Jones, idem, Hfdst. 4)
5. Indien er geen liefde is tot de Waarheid, dan komt er  dwaling (D. Prince, Wonderen en tekenen, hfdst. 3,  p. 73)
6. ‘Christelijke’ mystiek is vermenging van de Heilige Geest en onheilige geesten (D. Prince, idem, hfdst. 1, p. 19)
7. In de mystiek is liefde tot God, zonder gehoorzaamheid aan God’s Woord, geen bijbelse liefde (D. Prince, idem, hfdst. 1, p. 24-25)
8. Mystiek en Gnostiek vormen de kern van het Nieuwe Mysticisme.

 

Copyright George Whitefield stichting; artikel Drs. E. Timmerbeil-Snel (deel 4)

http://www.whitefield.nl/literatuur/artikelen/168-spiritualiteit-en-mystiek-mystiek-als-kern-van-spiritualiteit-4-drs-e-timmerbeil-snel