Moderne preken

In veel preken in de kerk hoor je als kernwoorden van het geloof vooral: genade, vergeving, liefde, verzoening, koninkrijk. Maar er is geen ruimte voor verkiezing, toorn en oordeel. De genade is algemeen geworden, en geldt dus voor alle mensen. Zij heeft haar wonderkarakter, haar uitzonderingskarakter verloren en is daarom geen echte, levende, werkzame, persoonlijke genade meer.

In deze theologie is de liefde van God, zoals ons geopenbaard is in het Evangelie, geworden tot een goddelijk principe, een vanzelfsprekendheid, die wel in Jezus Christus onthuld is, maar toch in alle tijden voor allen en iedereen geldt, en daarom nu ook door alle mensen geloofd moet worden.

Het echte Bijbelse besef, dat genade een soevereine daad van God, en daarom wonder, uitzondering, verkiezing, verrassing, geheimenis is, is uit deze theologie geheel verdwenen.

Het Evangelie is zo tot een christelijke levens-en wereldbeschouwing geworden, die alles en allen in de genade van Christus opneemt, en geen ernst meer maakt met de zonde, het ongeloof, het oordeel, de verwerping en de eeuwige verlorenheid. Het ongeloof en het kwaad zijn in dit genade-systeem weggerationaliseerd tot mogelijkheden, die geen werkelijke bestaansgrond meer hebben en die daarom nauwelijks serieus genomen kunnen worden.

Bijbelse preken

Bijbelse preken zijn die preken, waarin de genade werkelijk genade, dat wil zeggen het wonder van Gods vrijmachtige, verkiezende liefde is, en daarom het tegendeel van een waarheid die voor alle mensen geldt.

Bijbelse prediking is echte genade-prediking wanneer zij niet alleen Evangelie is, maar óók Wet; niet alleen liefde, maar óók toorn; niet alleen redding, maar óók verlorenheid; niet alleen vergeving, maar óók gericht; niet alleen verkiezing, maar óók verwerping; niet alleen hemel, maar óók hel; niet alleen het Koninkrijk, maar óók de eeuwige dood! Juist om die reden is de Bijbelse prediking werkelijke troost, betoon van geest en kracht, reddend handelen Gods, omdat hier de vergeving, de genade, de verkiezing, de liefde van God verkondigd worden tegen de donkere, diepe, ernstige achtergrond van de realiteit van de Wet, van de toorn van God, van het gericht en van de verwerping. Maar om diezelfde reden is deze prediking ook een dwaasheid en ergernis voor de natuurlijke mens, die wèl het Evangelie, maar niet de Wet; wèl de liefde, maar niet de toorn van God; wèl de genade, maar niet het oordeel; wèl de verkiezing, maar niet de verwerping waar wil laten zijn. Dat de prediking het levende Heden van Jezus Christus zou zijn, die ons gesteld is tot een val en opstanding (Luc. 2 : 34), kan die mens niet geloven.

Daarom moeten wij er zeker van zijn, dat Bijbelse prediking geheel haaks staat op het levensgevoel van de moderne mens en dus voor de wereld nooit aanvaardbaar zal zijn.

 

 

Deze tekst maakt deel uit van een open brief uit 1967 (!) van een 25 tal hervormde predikanten aan hun synode. Te vinden op internet bij digibron: open brief 1967