“Stel je open voor de Geest, geef de Geest de ruimte, laat de Geest maar waaien.” Dat zijn oproepen die je veel hoort in toespraken, preken en geschreven artikelen.  “Als we meer ruimte aan de Geest geven zullen we meer van Hem zien. We moeten ons echt voor Hem openstellen. We moeten de Geest niet in de weg staan.”

Maar waar lees je deze oproepen eigenlijk wel in de Bijbel?

Hoe zit het volgens de Bijbel met de Heilige Geest? En hoe verhoudt zicht dat tot ons? J.I. Packer schreef een grondige studie hierover in zijn boek ‘Wandelen door de Geest’, onderstaande is ontleend aan het eerste hoofdstuk.

Vier ideeën over de Heilige Geest die niet overeenkomen met de werkelijkheid:

1)      Kracht

  • Voor sommigen heeft de Heilige Geest vooral te maken met ervaring van kracht; voorbeelden hiervan zijn: nee zeggen tegen verleidingen (op het gebied van seks, drank, drugs, tabak, geld, ervaringen, luxe, promotie, macht, reputatie, vleierij of wat dan ook maar), geduld hebben met mensen die jouw geduld op proef stellen, houden van vervelende mensen, het beheersen van je humeur, niet toegeven onder druk, vrijmoedig van Christus getuigen, bij moeilijkheden op God vertrouwen. Dit zijn goede aspecten van het werk van de Geest.
  • Maar er zijn ook ontsporingen in het zoeken naar kracht, bijvoorbeeld als je teveel aandacht geeft aan je eigen gemoedstoestand, waarbij de zorgen en sociale noden van de gemeenschap onderbelicht kunnen raken.  Verder is een bezwaar dat het werk van de Geest vooral op de mens is gericht, alsof Gods kracht voor ons beschikbaar komt door een schakelaar om te halen, door je open te stellen voor die kracht, door die kracht te gebruiken, door een bepaalde manier van denken en willen (wat dan toewijding en geloof wordt genoemd). We moeten vooral de Geest niet tegenwerken, wordt gezegd. Soms vindt men dat je God maar zijn gang moet laten gaan: “laat de Geest maar waaien”.

2)      Gaven

  • Voor sommigen begint en eindigt het werk van de Geest in het gebruik van de gaven: prediking, onderwijs, tongentaal, genezing enzovoort. Deze gaven zijn dan vooral bestemd om andere mensen te dienen en te stichten door woorden, daden of door onze houding, waardoor we onze kennis van Christus doorgeven. Ze veronderstellen dat hoe meer gaven iemand beoefent, hoe meer vervuld zo iemand van de Geest moet zijn. Dit zijn goede aspecten van het werk van de Geest.
  • Maar er zijn ook misvormingen. Door nadruk te leggen op het feit dat ieder gemeentelid een bediening en gaven heeft, kan het respect voor het ambt van predikant en ouderlingen slijten. Door op gaven te focussen kun je ook uit het oog verliezen dat de belangrijkste gaven binnen de kerk(prediking, onderwijs, leiderschap, pastorale zorg) meestal natuurlijk al aanwezige gaven zijn die door de Geest geheiligd worden. Tenslotte kan nadruk op de gaven ertoe leiden dat voorgangers een dominant leiderschap gaan vertonen.

3)      Reinheid

  • Voor sommigen heeft het werk van de Geest vooral te maken met streven naar reinheid en loutering. Door de Geest reinigt God zijn kinderen van de vervuiling van de zonden en stelt hen in staat verleidingen te weerstaan en het goede te doen. Bij deze mensen gaat het niet om de ervaring van kracht, ook niet om een groot aantal gaven, maar om de innerlijke strijd tegen de zonde, met hulp van de Geest.
  • Maar er is ook een valkuil, namelijk dat je wettisch wordt en anderen strenge regels gaat opleggen.  In de strijd tegen wereldgelijkvormigheid kan grote waarde worden gehecht aan door de mens ingestelde taboes. Deze benadering kan leiden tot farizeïsme, tot vreugdeloosheid, en tot pessimisme.

4)      Bewustwording

  • Sommigen (o.a. Taylor) menen dat je door de Geest je bewust kunt worden van dingen van onszelf, van anderen en van God. Ook maakt de Geest je bewust van keuzes, die op zelfopoffering vragen. Steeds gaat het om de drieslag: bewustzijn – keuze – zelfopoffering. Door de Geest word je je bewust van Christus. Het doet er in deze opvatting niet toe of je oog hebt voor de historische Jezus, of de levende Heiland, of het Hoofd van de kerk, of de Koning van het universum, of de Christus in mijn naaste; waar het om gaat is dat we ons bewustzijn van de goddelijkheid in ons. Doel is steeds Hem te aanbidden.
  • Maar er zijn ook tekortkomingen in deze visie: het Woord dat door de Geest vertegenwoordigd wordt, krijgt te weinig aandacht. En ook Christus, die door de Geest vertegenwoordigd wordt, krijgt te weinig aandacht. Er is geen aandacht voor Jezus’ huidige regering, zijn voortdurende bemiddeling voor ons, zijn toekomstige wederkomst, en de zekere hoop van elk Christen om eens voor altijd bij Hem te zijn.

Wat is dan wel de kern van het werk van de Geest?  Het kernwoord volgens J.I. Packer is:

Tegenwoordigheid

  • De Geest maakt de persoonlijke tegenwoordigheid van Christus bekend aan de Christen en aan de kerk; het gaat om Jezus Christus die is opgestaan, die regeert, die er was en is en zal zijn in de geschiedenis en die door geloof gekend wordt. Met de tegenwoordigheid gaat het niet om de alomtegenwoordigheid van God, waardoor Hij voor heel de  schepping zorgt. Maar het tegenwoordigheid gaat het over ‘God met ons’, zoals God was ‘met Jozef’, en ‘met Mozes’, en ‘met u (Jesaja 43:2,5). Jezus is de vervulling van Jesaja’s profetie van de Immanuel (‘God met ons’).

De Geest maakt gelovigen dus bewust van Christus’ aanwezigheid als hun Heiland, Here en God. En dan gaan er drie dingen gebeuren:

  1. De persoonlijke gemeenschap met Jezus: het toegewijde discipelschap wordt een werkelijkheidservaring. De Geest vertegenwoordigt bij ons de levende Heer Jezus als Maker en Vriend, zodat wij de weg van opoffering kunnen kiezen als reactie op zijn liefde.
  2. De persoonlijke karaktervernieuwing naar Jezus’ beeld vindt plaats (kracht, beoefening van gaven en reinheid komen hier terug!)
  3. De zekerheid dat we door Christus verlost en geliefd zijn, en opgenomen in het gezin van de Vader. De inwoning van de Zoon en de Vader komt tot stand door de Geest, en het gevolg hiervan is een toenemende zekerheid.

De Heilige Geest heeft na Pinksteren als taak de bemiddeling van de aanwezigheid, het woord, en de activiteit van de verhoogde Christus.

Dit kom je ook zo tegen in 2 Korinthe 3:12-18, waar staat (HSV):

12 Omdat wij dan een dergelijke hoop bezitten, gaan wij met veel vrijmoedigheid te werk, 13 en doen wij niet zoals Mozes, die een bedekking op zijn gezicht legde, opdat de Israëlieten hun ogen niet gericht zouden houden op het einddoel van wat tenietgedaan wordt. 14 Maar hun gedachten werden verhard, want tot op heden blijft diezelfde bedekking bij het lezen van het Oude Testament, zonder te worden weggenomen. Die bedekking wordt teniet gedaan in Christus. 15 Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes (het oude Testament) gelezen wordt, een bedekking op hun hart (van de niet bekeerde Israëlieten). 16 Maar wanneer het (hart) zich tot de Heere bekeert, wordt de bedekking (van het hart) weggenomen. 17 De Heere (Jezus) nu is de Geest; en waar de Geest van de Heere (Jezus) is, daar is vrijheid. 18 Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere (Jezus) als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.

 

In lijn hiermee nog een paar delen uit een interview met Martin Visser (o.a. indertijd zendeling in Thailand): “In het nieuwe testament zie je altijd een paar dingen als iemand de Geest ontvangt. Er komt een groot verlangen om de Here te aanbidden, Hem te gehoorzamen, en anderen van het evangelie te vertellen”. En: “elke gave van de Geest komt van Jezus, niet uit jezelf. En wat je ontvangt, krijg je om door te geven. Alleen zo blijft de boel gezond: als de gave gericht is op het zegenen van anderen en de voortgang van het evangelie”. (Visie, 14-20 mei 2016)