Tegenwoordig is er veel aandacht voor “het werk van de Geest”; nogal eens wordt dan gezegd dat dit aspect van geloven ondergewaardeerd is in de gereformeerd kerken. Een beweging als New Wine beweert dit. Als je kijkt in de Catechismus lijkt dit ook al snel te kloppen, immers slechts in 1 van de 52 hoofdstukken (‘zondagen’) gaat het expliciet gaat over de Heilige Geest, op het moment dat de vraag gesteld wordt: Wat geloof je van de Heilige Geest?

Om niet te snel een conclusie te trekken zijn onderstaand de delen uit de Catechismus genoemd waarin het gaat over de Heilige Geest; het blijken toch meer dan 30 vermeldingen te zijn!

 

Citaat uit de Catechismus over de Heilige Geest

(tussen haakjes staat het antwoordnummer uit de Catechismus vermeld):

 

Samenvatting over de activiteit van de Heilige Geest Kern
1)      Christus geeft mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven. (1)

 

We ontvangen zekerheid en bereidheid bereidheid
2)      Wij zijn verdorven en daardoor helemaal onbekwaam tot iets goeds en uit op elk kwaad, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden. (8)

 

We moeten opnieuw worden geboren bekering
3)      Waar geloof is een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus. (21)

 

We ontvangen vertrouwen op vergeving van zonden en eeuwig leven Wat we ontvangen
4)      Wij noemen drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, terwijl er toch maar één God is, omdat God Zich zo in zijn Woord geopenbaard heeft: deze drie onderscheiden Personen zijn de ene, ware en eeuwige God.(25)

 

Er is maar één  God
5)      De Zoon van God wordt Christus, dat is Gezalfde, genoemd, omdat Hij door God de Vader is aangesteld en met de Heilige Geest gezalfd tot onze hoogste Profeet en Leraar, tot onze enige Hogepriester en tot onze eeuwige Koning. (31)

 

We worden bekwaam gemaakt voor onze taak toerusting
6)      Als Koning regeert Christus ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing. (31)

 

We laten ons gezeggen door Woord en Geest bescherming
7)      Ik word een christen genoemd omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving (met de Heilige Geest), om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren. (32)

 

We worden bekwaam gemaakt voor onze taak: voor je geloof uitkomen, je leven aan God wijden, strijden tegen zonde toerusting
8)      De eeuwige Zoon van God, die echt en eeuwig God is en blijft, heeft door de werking van de Heilige Geest echte menselijke natuur heeft aangenomen uit het vlees en bloed van de maagd Maria. (35)

 

Christus is mens geworden nieuwe schepping
9)      Christus is echt mens en echt God. Naar zijn menselijke natuur is Hij niet meer op aarde, maar naar zijn godheid, majesteit, genade en Geest verlaat Hij ons nooit meer. (47)

 

We weten dat Christus bij ons is en blijft aanwezigheid
10)   Christus die in de hemel is zendt ons zijn Geest als tegenpand; door zijn kracht zoeken wij wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is. (49)

 

We richten ons op Christus gerichtheid
11)   De waarde van de heerlijkheid van ons Hoofd Christus in de hemel is dat Hij door zijn Heilige Geest in ons, zijn leden, de hemelse gaven uitgiet. (51)

 

We ontvangen gaven van Christus gaven
12)   De Heilige Geest is samen met de Vader en de Zoon echt en eeuwig God is en hij is ook mij gegeven is, om mij door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, mij te troosten en eeuwig bij mij te blijven. (53)

 

We ontvangen gaven van Christus weldaden/gaven
13)   De Zoon van God vergadert, beschermt en onderhoudt uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. (54)

 

We worden bij elkaar gehouden door Woord en Geest bescherming
14)   Het geloof dat ons aan Christus en aan al zijn weldaden deel geeft, komt van de Heilige Geest, die het geloof in ons hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten. (65)

 

We geloven door prediking van het Woord en gebruik van sacramenten geloof
15)   De Heilige Geest leert ons in het evangelie en bevestigt ons door de sacramenten, dat ons volkomen heil rust in het enige offer van Christus, dat voor ons aan het kruis gebracht is. (67)

 

We vertrouwen alleen op het offer van Christus
16)   Christus heeft het waterbad van de doop ingesteld en daarbij beloofd, dat ik met zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben. (69)

 

We worden gewassen van onze zonden Bloed en Geest
17)   Met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn betekent dat wij van God vergeving van de zonden hebben uit genade, om het bloed van Christus, dat Hij in zijn offer aan het kruis voor ons vergoten heeft en ook, dat wij door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd zijn, zodat wij hoe langer hoe meer van de zonde afsterven en godvrezend en onberispelijk leven. (70)

 

We ontvangen vergeving en vernieuwing Bloed en Geest
18)   Christus heeft ons beloofd dat Hij ons even zeker met zijn bloed en Geest wassen wil, als wij met het doopwater gewassen worden, in de instelling van de doop, die zo luidt: Gaat dan heen, maakt alle volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Mattheüs 28:19. (71)

 

We mogen zeker zijn van onze vergeving en vernieuwing Bloed en Geest
19)   Het waterbad is niet de afwassing van de zonden zelf, want alleen het bloed van Jezus Christus en de Heilige Geest reinigen ons van alle zonden. (72)

 

We worden gewassen van onze zonden Bloed en Geest
20)   De Heilige Geest noemt de doop het bad van de wedergeboorte en de afwassing van de zonden, want Hij wil ons daarmee leren, dat onze zonden door het bloed en de Geest van Jezus Christus weggenomen worden, evenals de onreinheid van het lichaam door het water. (73)

 

We worden gewassen van onze zonden Bloed en Geest
21)   Ook de kleine kinderen moeten gedoopt worden omdat zij evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente horen. Ook aan hen worden evenals aan de volwassenen, door het bloed van Christus, de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd. (74)

 

We worden gewassen van onze zonden Bloed en Geest
22)   Het gekruisigd lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken betekent dat wij met een gelovig hart heel het lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van zonden en eeuwig leven verkrijgen, en ook, dat wij door de Heilige Geest, die tegelijk in Christus en in ons woont, steeds meer met zijn heilig lichaam verenigd worden, en wel zo, dat wij, hoewel Christus in de hemel is en wij op aarde zijn, toch vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn; en ook zo, dat wij door één Geest eeuwig leven en geregeerd worden, zoals de leden van het lichaam door één ziel. (76)

 

We ontvangen vergeving van zonden en eeuwig leven door eenheid met Christus Bloed en Geest
23)   Christus wil ons door de zichtbare tekenen en panden ervan verzekeren, dat wij door de werking van de Heilige Geest even werkelijk deel krijgen aan zijn echte lichaam en bloed, als wij de heilige tekenen met de lichamelijke mond tot zijn gedachtenis ontvangen. (79)

 

We krijgen zekerheid van vergeving Bloed en Geest
24)   Het avondmaal van de Here verzekert ons ervan, dat wij door de Heilige Geest ingelijfd worden bij Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde is, maar in de hemel aan de rechterhand van God zijn Vader en dáár door ons wil worden aangebeden. (80)

 

We horen bij Christus heiliging
25)   Wij moeten goede werken doen, omdat Christus ons niet alleen met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, maar ons ook door zijn Heilige Geest vernieuwt tot zijn beeld, opdat wij met ons hele leven tonen, dat wij God dankbaar zijn voor zijn weldaden en opdat Hij door ons geprezen wordt. Vervolgens om zelf uit de vruchten zeker te zijn van ons geloof en om door onze godvrezende levenswandel ook onze naasten voor Christus te winnen. (86)

 

We krijgen vernieuwing, eren God en ontvangen zekerheid Bloed en Geest
26)   God gebiedt in het vierde gebod dat ik al de dagen van mijn leven mijn slechte werken nalaat, de Here door zijn Geest in mij laat werken, en zo de eeuwige sabbat in dit leven begin. (103)

 

We stoppen met slechte dingen te doen heiliging
27)   Omdat zowel ons lichaam als onze ziel een tempel van de Heilige Geest is, wil God dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren. (109)

 

We willen goede dingen doen heiliging
28)   God laat ons de tien geboden zo scherp prediken, omdat Hij wil dat wij zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken. (115)

 

We ontvangen vergeving en vernieuwing heiliging
29)   Het gebed voor de christenen noodzakelijk, omdat het gebed het voornaamste is in de dankbaarheid die God van ons eist en God bovendien zijn genade en zijn Heilige Geest alleen wil geven aan hen die van harte en zonder ophouden Hem daarom bidden en daarvoor danken. (116)

 

We bidden om vergeving en om de tegenwoordigheid van Christus Gaven, heiliging, kracht
30)   ‘Uw koninkrijk kome’ wil zeggen: regeer ons zo door uw Woord en Geest, dat wij ons steeds meer aan U onderwerpen. (123)

 

We laten ons gezeggen door Woord en Geest gehoorzaamheid
31)   ‘Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze’ wil zeggen: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in de geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen. (127)

 

We ontvangen hulp in de strijd tegen de zonde kracht

 

Als je dit alles overziet dan wordt duidelijk dat in de Catechismus doorgaans Christus het onderwerp van de zin vormt:

–          Christus reinigt ons door “Bloed en Geest” (9 maal: 16-23, 35).

o   Met het bloed worden we gereinigd van de schuld van de zonde

o   Door de Geest worden we gereinigd van de macht van de zonde

–          Christus regeert, vergadert, beschermt, onderhoudt ons en maakt ons onderdanig door zijn  “Woord en Geest” (3 maal: 6, 13, 30)

–          Christus schenkt ons zijn gaven (weldaden) door de Geest; de grootste en eerste gave is vergeving van onze zonde: (11)

Loof de HEERE, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden. Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw ziekten geneest, Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid, Die uw mond  verzadigt met het goede,  uw jeugd vernieuwt als die van een arend. (Psalm 103, gelezen na afloop van het avondmaal)

Toch is ook de Heilige Geest in de Catechismus soms het onderwerp van de zin, dan wordt gezegd:

–          De Geest (be)werkt het geloof in ons (3)

–          De Geest troost ons, geeft zekerheid (12)

–          De Geest geeft ons geloof (14)

–          De Geest leert ons alleen op Christus te vertrouwen (15)

Het gaat  dan dus steeds over de Geest die geloof geeft: zeker weten en vast vertrouwen!

Waar geloof is een stellig (zeker) weten waardoor ik alles voor betrouwbaar houd, wat God ons in zijn Woord geopenbaard heeft. Tegelijk is het een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus.

En dan zijn er de antwoorden in de Catechismus waar ik of  wij onderwerp van de zin zijn:

–          De Geest geeft me deel aan de toerusting (zalving) van Christus (7)

–          De Geest maakt dat wij goede werken doen (25)

–          De Geest maakt dat wij stoppen slechte werken te doen (26)

–          De Geest maakt dat we ons lichaam en onze ziel zuiver bewaren (27)

–          De Geest vernieuwt ons naar het beeld van Christus (28)

–          De Geest ontvangen we als we om Hem bidden (29)

–          De Geest leert ons onderdanigheid (30)

–          De Geest sterkt ons in de strijd (31)

De verhouding tussen Christus en de Geest is duidelijk: “De Heilige Geest leert ons in het evangelie en bevestigt ons door de sacramenten, dat ons volkomen heil rust in het enige offer van Christus, dat voor ons aan het kruis gebracht is. (67)” Je kunt dus zeggen: de Geest verwijst altijd naar Christus, zowel in de Bijbel als door doop en avondmaal.

Je kunt dus zeggen: in de Catechismus is er meer aandacht voor Christus dan voor de Heilige Geest, en meer aandacht voor de gaven van Christus dan voor de gaven van de Geest. Zoals dat ook in de Bijbel het geval is.

Nu zijn er mensen die zich storen aan deze rangorde. Iemand schreef onlangs in dit verband:

“Doet de Catechismus recht aan het veelkleurige werk van de Geest waarover de Bijbel spreekt? De vraag stellen is haar beantwoorden. Laat het spreken van de Catechismus daarom steeds een uitnodiging zijn (en zo is het oorspronkelijk volgens mij ook bedoeld) om terug te gaan naar de Bijbel en daar te ontdekken wie de heilige Geest is en wat hij doet in onze levens.”

Maar dit is een oppervlakkige redenering, want

1)      In de vraag wordt het werk van de Geest “veelkleurig” genoemd; wat niet onjuist is, omdat in 1 Corinthiërs 12 wordt gesproken over een verscheidenheid aan gaven. Die gaven moeten in hun verscheidenheid  – volgens de Bijbelschrijver – worden ingezet in het kader van de eenheid van de gemeente (vs 12-31)! Daarover spreekt de Catechismus expliciet: dat elke gelovige verplicht is zijn gaven tot nut en heil van de andere leden te gebruiken (antwoord 55), en wel gewillig en met vreugde!

2)      “De vraag stellen is haar beantwoorden”: het even aanhalen van een bekend gezegde is nog wel iets anders dan de bewering met argumenten onderbouwen!

3)      De Catechismus zou bedoeld zijn “om terug te gaan naar de Bijbel” en “daar iets te ontdekken”: de Catechismus verwoordt juist alle ontdekkingen die door eeuwenlang Bijbelonderzoek zijn gevonden! Natuurlijk moet je de Bijbel lezen, maar het is nogal aanmatigend als je denkt  dat je even snel in je eentje in de Bijbel meer ontdekkingen kunt doen dan die de afgelopen eeuwen al zijn gedaan.

Ook wordt door dezelfde persoon gesteld dat de Catechismus niet gaat over “de Geest zelf”. Een merkwaardige uitdrukking, die een verschil lijkt te maken tussen “de Geest” en “de Geest zelf”. Maar de strekking is duidelijk: de Geest wordt in de Heidelbergse Catechismus gezien als gezonden door de Vader en de Zoon. Kennelijk is de schrijver van het artikel ontevreden over de aandacht die in de Catechismus inderdaad meer uitgaat naar Christus en zijn werk, dan naar de Geest en de geestesgaven. De gaven of cadeaus van de Geest: moeten we aandacht hebben voor wat we ontvangen, of voor de gever? Of voor de persoon achter de gever?

De Geest: die is gezonden, en wel door de Vader en de Zoon. Daar moet onze aandacht naar toe! Dat gebeurt in de Bijbel precies zo, er wordt bijvoorbeeld nergens gebeden tot de Geest en slechts met enige moeite kan men een tekst vinden waarin lijkt gebeden te worden tot de Zoon. Eigenlijk altijd richten gebeden zich tot God, die we in navolging van Jezus onze hemelse Vader mogen noemen.