Onlangs kwam ik op de blog van Jos Douma (predikant van de GKV in Zwolle-Centrum) een artikel tegen over het boek “Wandelen in de Geest”; ik was blij mee met deze aandacht voor Packer, omdat ik zijn boek beschouw als een gedegen en evenwichtige benadering van het werk van de Heilige Geest. Nadat ik in 1980 in aanraking kwam met charismatische Christenen heb ik dit boek meerdere malen met aandacht gelezen: het hielp me mijn positie vanuit God Woord te bepalen.

 

Ik laat nu eerst Jos Douma aan het woord:

Ben ik vóór of tegen charismatische vernieuwing? (Blog 29 juni 2016)

Tijdens mijn hernieuwde ontdekkingstocht rond het werk van de heilige Geest stond ik gisteravond opeens weer met het boek ‘Wandelen door de Geest’ van Jim Packer in mijn handen. Het staat al jaren op de plank. Het minimale aantal onderstrepingen dat ik aantref, bewijst dat ik het nooit echt gelezen heb. Dat moet nu dan maar. En na een paar halve uurtjes kom ik tot het inzicht dat dit nog altijd een heel belangrijk boek is als het gaat om een gezonde theologische doordenking van de charismatische vernieuwing.

Nu ben ik (theologisch en spiritueel) gevormd in een omgeving waar het woord ‘charismatisch’ bij voorbaat (enigszins of erg) verdacht is. Dat is natuurlijk heel jammer, en het kost me nog aardig wat om daar los van te komen. Het schrijven van deze blogpost is een manier om daarin weer een stap te zetten. En het lezen van het genoemde boek van Packer is daarbij ook meer dan behulpzaam. En deze passage trof me vanmorgen, terwijl ik in mijn dagelijkse half uurtje fietsen op de hometrainer, verdiepte in enkele delen uit ‘Wandelen door de Geest’ (blz. 167):

Een van de belangrijkste vragen die men tegenwoordig in de evangelische beweging kan stellen, is of men vóór of tegen de charismatische vernieuwing is. Het is een kwalijke, polariserende, verdeeldheid zaaiende vraag, die ook kenmerkend was voor de gemeente van Korinthe. Gewoonlijk beantwoord ik die vraag door te stellen dat ik voor de Heilige Geest ben.

Dat antwoord neem ik graag over. Ben ik vóór of tegen de charismatische vernieuwing? Ik ben vóór de heilige Geest!

Packer is in zijn boek beslist ook behoorlijk kritisch op bepaalde uitingen (en uitwassen) van de charismatische beweging. Maar hij stelt op basis van dé twee belangrijkste Bijbelse ijkpunten (leer: gaat het om Christus in al zijn volheid? moraal: staat gehoorzaamheid aan Gods geboden en een zuiver leven centraal?) zonder reserve (blz. 180):

Als we deze maatstaven toepassen op de charismatische beweging, dan wordt onmiddellijk duidelijk dat deze beweging uit God is. Wat voor bedreigingen en in sommige gevallen misschien wel occulte en valse spiritualiteit we aan de periferie van de beweging ook denken te onderkennen (en welke opwekkingsbeweging heeft dit soort dingen als uitwassen niet vertoond?), het gaat in de beweging om de bevordering van het trinitarische geloof, de persoonlijke gemeenschap met de goddelijke Heiland en Here, die we in het Nieuwe Testament ontmoeten, om bekering, gehoorzaamheid en de liefde tot medechristenen, die in allerlei bedieningen tot uiting komt – met daaraan gepaard een ijver voor evangelieverkondiging waar menig degelijk kerkmens jaloers op zou kunnen zijn.

(…)

In het laatste hoofdstuk van zijn boek benadrukt hij twee cruciale overtuigingen:

1.Te allen tijde is het de cruciale taak van de christelijke theologie zich een goed begrip van de Heilige Geest te vormen.

2.Het eren van de Heilige Geest is momenteel de cruciale taak in christelijk discipelschap

En als uitsmijter dan nog dit citaat (blz. 231-232):

Als de bediening van de Geest weinig aandacht krijgt en we ons uitsluitend met andere dingen bezig houden, het verlangen naar het leven in de Geest zeer waarschijnlijk ook verwaarloosd zal worden. Dan vervalt de kerk, zoals dat in grote delen van de kerk ook nu al het geval is, of tot een routinematig christelijk farizeïsme, of tot de geestelijke tegenhanger van onverschilligheid en gezapigheid, of misschien tot een vermenging van beide.

De huidige kerk in het Westen laat duidelijk zien hoe belangrijk het is aandacht te blijven besteden aan de leer van de Heilige Geest. In de meeste gemeenten, zelfs in de meest rechtzinnige, valt helaas maar al te zeer een gebrek aan goddelijke kracht en levendigheid  te bespeuren. Het tegenwoordige verlangen naar kerkvernieuwing, wat ware vernieuwing dan ook moge betekenen (en het probleem is dat velen daar geen idee over hebben) vereist dat we de goddelijke Vernieuwer leren kennen.

 

Tot zover Jos Douma.

——————————————————————————————————————————–

Packer gaat verder waar Douma stopt

 

Packer stelt in zijn afsluitend hoofdstuk na bovengenoemde inleiding op blz 233 de kernvraag van dit boek: hoe moeten we de Geest nu in onze tijd vereren? En hij vervolgt:

           Charismatischen beantwoorden die vraag op deze manier: Laat de Geest binnenin u vrij door uzelf open te stellen voor zijn directe invloed.

          De voorstanders van een relationele vernieuwing hebben een  ander antwoord: Durf oprecht te zijn en u kwetsbaar op te stellen ten aanzien van andere gelovigen.

          Volgelingen van Jonathan Edwards hebben nog een ander antwoord: bid en bereid u voor op de uitstorting van de Heilige Geest.

          Oecumenische theologen hebben een vierde antwoord: ontwikkel een vernieuwend activisme.

Hoe moeten we nu bepalen welke van bovengenoemde bewegingen het recht heeft te beweren dat ze geleid worden door de Geest?

 

Packer geeft ook het antwoord:

We moeten de standpunten van de charismatische beweging toetsen aan het onderwijs van de canonieke Schriften. Dat betekent dat:

We ons moeten afvragen of ze gebaseerd zijn op Bijbelse waarheden, die op een juiste manier worden toegepast

We moeten ons ook afvragen of ze iets missen wat in de Schrift nadrukkelijk gesteld wordt en of er enige verandering van richting of nadruk nodig is om aan de Bijbelse uitgangspunten te voldoen.

Jezus, de stichter van het Christendom, de “overste Leidsman en Voleinder van het geloof” zoals de schrijver van de brief aan de Hebreeën hem noemt (11:2) laat overtuigend zien dat zijn bijbel – dat wil zeggen ons oude testament – de eeuwig geldende belofte, richtlijn en regel voor Hem is. (…) Het leven onder de Schrift is dus rechtstreeks ontleend aan Christus zelf.

Dit uitgangspunt van bijbels gezag omvat een aantal fundamentele waarheden over de Heilige Geest, want de Geest was en is de bemiddelaar van alle communicatie met God. Zowel het geven als het ontvangen van openbaring is zijn werk. De reden dat we kunnen zeggen dat de “geest van de mens is als een lamp van de Here” (Spreuken 20:27) is niet dat wij de goddelijke waarheid van nature, zonder hulp van God, begrijpen, zoals sommigen wel aannemen. De reden is dat de Heilige Geest de geopenbaarde waarheid toepast op ons anders ondoordringbare hart. Met andere woorden: de geest van de mens is als een lamp, die pas gaat branden als de Geest hem ontsteekt.

 (…)

 De waarheid is dus: de Bijbel kwam tot stand en werd ons gegeven door de leiding van de Geest en het is ook de Geest die ons ertoe aanzet de Schriften te aanvaarden, te eren en te bestuderen, en die, als goddelijke boodschap aan ons, te onderscheiden.

 (…)

 Er bestaat dus een verband tussen de Heilige Geest en Gods geschreven Woord. Beiden geven onderwijs door bemiddeling van de ander. Zonder de Geest kan er geen sprake zijn van een werkelijk verstaan wat de Schrift zegt, en zogenaamde ‘geestelijke’ gedachten die niet in het Woord gevonden worden, hersenspinsels, die niets met God te maken hebben.

 Packer geeft dan aan hoe we de Geest kunnen eren:

1)      Ten eerste is het dringend noodzakelijk dat het nieuwtestamentisch standpunt, dat de bediening van de Geest erop gericht is Christus centraal te stellen, weer herontdekt wordt

2)      Slechts alleen overtuigingen en ervaringen, waarbij Christus in het middelpunt wordt gesteld als de mens geworden God en de enige Verlosser van de ment, kunnen toegeschreven worden aan de Geest van Christus als hun bron.

(…)

De  Charismatische beweging schiet tekort in de noties van nederigheid en ontzag in de aanwezigheid van de heilige God en de noodzaak de zondigheid van de zonde te beseffen, het kwaad van het egoïsme en de radicale aard van de bekering, komen nauwelijks ter sprake. Het gevolg is dat de informele kind-Vader en vriend-Jezus verhouding, die charismatische christenen dikwijls nastreven als een correctie op het kille en afstandelijke formalisme van de niet-vernieuwende godsdienstigheid, gemakkelijk ontaardt van kinderlijkheid tot kinderachtigheid, waardoor in feite geestelijke groei wordt belemmerd.

Dit is een ernstig tekort, want een diepgaand besef van wie en wat God is en een verlevendigd besef van eigen onwaardigheid en van het wonder van Gods genade voor zo’n verdorven zondaar als ik ben, is de wortel van iedere opwekking.