In een verslag met als titel “Er gebeuren in Ede zeker wonderen” (ND 7 september 2016) stelt Hans Maat dat er in de kerken te weinig aandacht is voor bijzondere geestesgaven als genezing en spreken in tongen. Deze “blinde vlek” wil hij wegnemen. Dat lezend kwam me in herinnering wat Dr. Martyn Lloyd-Jones (gedurende 30 jaar predikant in de Westminster Chapel in Londen) hierover schreef, en wel in 1965 . “Aanhangers van een valse leer doen altijd minachtend over wat een christen voorheen heeft ervaren. (…) Veel van die valse leerstellingen zijn geraffineerd en er gaat bekoring van uit. Dat is pas het echte, dat heb ik nodig, is vaak een eerste reactie. En dan plotseling komt  u voor de geest wat u en anderen al eerder van God ervaren hebben, en dan vallen u de schellen van de ogen. U denkt bijvoorbeeld aan mensen als George Whitefield en John Wesley, mensen (t.w. vooraanstaande Engelse predikanten uit de 18e eeuw)  die zonder enige twijfel op een rijke, indrukwekkende manier met Gods Geest waren toebedeeld. Het waren voorbeeldige kinderen van God, groten in Zijn Koninkrijk. En u herinnert zich dat zij niet op een speciale manier gedoopt waren, dat ze nooit in tongentaal spraken, dat zij niet de gave der gezondmaking praktiseerden enzovoort. En zouden wij dan beweren dat deze mensen te weinig kennis, inzicht en geestelijke ervaring hadden? Beseffen wij niet dat die nieuwe stromingen, die prat gaan op zo veel dingen, niets willen weten van het rijkste en grootste van wat Christenen de eeuwen door van God ervaren hebben? In feite beweren ze dat met hen pas de waarheid is doorgebroken, nadat de kerk zo’n 2000 jaar in onwetendheid en duisternis gedwaald heeft. Een absurde bewering toch?” (te lezen in Oorzaken en genezing van geestelijke depressiviteit, pagina 233)