Jezus: waar staat zijn naam voor?

De apostolische geloofsbelijdenis begint met: Ik geloof in God, de Vader de almachtige schepper van hemel en aarde, en in Jezus Christus. Over die laatste 2 woorden gaat het nu: waarom noemen we Hem Jezus Christus?

Om te beginnen is het voegwoord “en” van belang. Direct na de belijdenis van God de Vader als onze schepper volgt “en in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer.” Direct gaat de belijdenis van de schepping naar Jezus en de verlossing. En toch ligt daar veel tussen, vooral de diepe kloof die er door de zonde is ontstaan. Zonde als opstand van het schepsel tegen God, zijn goede schepper! Al in het paradijs. Het woord “en” legt de verbinding tussen schepping en verlossing: door de ene God gedaan.

De vraag van de Catechismus bij dit stukje uit de belijdenis is “waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is verlosser genoemd?

De naam Jezus is niet uit de lucht komen vallen. Het was ook niet een mooie vondst van Jozef en Maria dat ze hun zoon zo noemden. Nee, die naam lag al eeuwig vast. God heeft deze naam gekozen. Bij het bezoek aan Maria, zegt de engel Gabriel ‘je zult Hem de naam Jezus geven. Hij zal op de troon van zijn vader David zitten, zijn koningschap zal eeuwig zijn’. De naam Jezus moest dus volgens bevel van God gegeven worden. En vervolgens verschijnt de engel ook aan Jozef; de engel vertelt Jozef dat Maria zwanger is door de Heilige Geest. En de engel zegt ook tegen Jozef: ‘je moet hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.’

De naam Jezus was een variant op de naam Jozua, de redder uit het Oude Testament. Jozua heette oorspronkelijk Hosea, dat betekent redding. Maar Mozes de naam Jahweh ervoor, en zo wordt Hosea Jozua: de Here God is het die redding brengt.

Dan kennen we nog een Jozua in het oude testament, de hogepriester. Dit staat beschreven in Zacharia 3.

Op zijn achtste dag werd Jezus besneden, op dat moment gaf Jozef hem ook de naam Jezus.

Waar verlost Jezus ons van? Niet van ellende, maar van de wortel van alle ellende. Hij verlost ons van de zonde. Het staat er in de tegenwoordige tijd: Hij verlost ons, nu, vandaag en alle dagen van je leven. Bij niemand anders moet je redding zoeken, je zult het nergens anders vinden

Maar mensen zoeken steun voor hun geloof in eigen ervaring en bevinding. Zij durven Jezus niet aan te nemen als enige zaligmaker, zonder dat ze bij zichzelf ervaren dat ze wedergeboren en bekeerd zijn.

Of er zijn mensen die benadrukken dat we als Christenen aan de slag moeten in het koninkrijk.

Maar we moeten zien op Jezus, en zijn volbrachte werk. Hij is gestorven voor onze schuld, en zo zijn we rechtvaardig. Hij heeft in gehoorzaamheid geleefd volgens Gods geboden, en zo zijn we heilig. Omdat God ons toerekent wat Jezus Christus heeft verdiend. We hoeven er niets meer aan toe te voegen. En we kunnen er niets meer aan toevoegen.

In deze tijd hebben veel kerken het over Jezus, ze zeggen:

  • We zijn van hem onder de indruk
  • We zijn door hem gevonden en zoeken hem
  • We willen hem zien
  • We willen hem kennen en naar zijn stem luisteren
  • Hij is onze inspiratiebron
  • Hij heeft ons het goede leven voorgeleefd
  • Wij willen hem volgen

Maar hoe mooi ook, dit gaat voorbij aan de kern: Jezus wil zijn volk redden van hun zonden.

 

Dit artikel is ontleend aan “52 Open Vensters” van dr. R.H. Bremmer, met daarin 52 Catechismuspreken