Een gereformeerde kerk heeft voor het seizoen 2016/17 als jaarthema ‘Deugden’ gekozen. De toelichting die men geeft is:

Doe me een deugd!’ Ken je die uitdrukking? En heb je iemand wel eens horen roep ‘Mijn lieve deugd!’? Het lijkt een wat ouderwets woord, dat ‘deugd’. Maar in de bezinning op de vraag hoe de kerk vandaag bezig kan zijn met het ontwikkelen van een herkenbare christelijke levensstijl, duiken de deugden steeds vaker op. Deugden zijn: karaktereigenschappen of houdingen van waaruit je handelt en reageert, zoals moed, vriendelijkheid, geduld, trouw, wijsheid, vergevingsgezindheid, gastvrijheid. Als je wat meer wilt weten over deugden, kijk dan eens rond op deze website: www.deugdenproject.nl

Op deze site kun je het volgende te weten komen:  Het Deugdenproject is opgericht in Canada, door Linda Kavelin-Popov, Dr. Dan Popov en John Kavelin. Het is door de VN uitgekozen als het beste opvoedprogramma ooit, geschikt voor alle culturen en levensovertuigingen.

Wie zijn deze oprichters?

Jammer genoeg wordt het niet openlijk benoemd bij degenen die Deugdenprojecten promoten, maar de 3 oprichters zijn – wat de namen al doen vermoeden – familie van elkaar en nog opvallender: behoren tot eenzelfde religie. En wel de Bahai.

Nu zal niet iedereen paraat hebben wat deze religie inhoudt, daarom is het goed te lezen wat ze zelf schrijven op hun website: http://www.bahai.nl

In de menselijke geschiedenis heeft God verschillende geestelijke Opvoeders gezonden. De leringen van deze Opvoeders hebben altijd de basis gevormd voor de vooruitgang van de beschaving. Deze Boodschappers zijn onder andere Abraham, Krishna, Zoroaster, Mozes, Boeddha, Jezus, Mohammed, en Bahá’u’lláh als meest recente. Bahá’u’lláh legt uit dat de religies in de wereld uit dezelfde bron komen en in essentie opeenvolgende hoofdstukken zijn van één religie van God.

En wie is dan die Bahá’u’lláh?

Het volgende is te lezen op http://www.bahai.org/beliefs/bahaullah-covenant/

Het Bahá’í geloof begin met de opdracht die God toevertrouwde aan 2 goddelijke boodschappers:  de Báb (1819-1850) en Bahá’u’lláh` (1817-1892). De Bab kondigde aan dat hij degene was die een boodschap had met als doel het spirituele leven van de mens te transformeren. Zijn opdracht was de weg te bereiden voor de komst van een tweede boodschapper van God, groter dan hij zelf, die een tijdperk van vrede en recht zou vestigen. Dit was de Bahá’u’lláh

Bahá’ís geloven dat het van cruciaal belang is om een gedeelde visie te vinden op de toekomst van onze samenleving en op het doel van ons leven. Die visie kun je terugvinden in de zogenaamde heilige Geschriften van Bahá’u’lláh.

Is dan alles fout wat iemand anders bedenkt?

Dat is natuurlijk niet zo, je kunt best wel opvoedkundige concepten gebruiken die niet-Christenen bedacht hebben, zelfs al behoren ze tot de Bahai secte. Want je kunt dit rustig een secte noemen: Jezus is voor Bahai mensen een van de voorbeelden van een geestelijke leider; om dit project als een kerkelijk project de gereformeerde gemeente in te dragen, getuigt van een horizontale opvatting van geloven: het gaat dan vooral  hoe we ons moeten gedragen in dit leven ten opzichte van elkaar, de maatschappij en het milieu. De naam van Jezus en de Geest wordt misschien nog wel genoemd; maar God als almachtige schepper, wij als verloren zondaren, Jezus als redder en rechter over levenden en doden: daar is geen aandacht voor. En daarom hoort dit project eerder thuis in tijdschriften als Happinez dan in een gereformeerde kerk.