Over de 10 geboden wordt nogal eens beweerd dat deze niet meer nodig zouden zijn in deze tijd; in dat kader wordt hieronder onderzocht hoe de Catechismus van Heidelberg en die van Luther over dit onderwerp dachten.

De 10 geboden in de Heidelbergse Catechismus

 

Vraag 3: Waaruit kent u uw ellende?

Antwoord: Uit de wet van God1

Vraag 4: Wat eist God in zijn wet van ons?

Antwoord: Dat leert Christus ons in een samenvatting, Mattheüs 22:37-40: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten1.

Vraag 9: Doet God de mens dan geen onrecht, dat Hij in zijn wet van hem eist wat hij niet doen kan?

Antwoord: Nee, want God heeft de mens zo geschapen, dat hij dit kon doen1. Maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, op ingeving van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd2.

Vraag 19: Waaruit weet u dat?

Antwoord: Uit het heilig evangelie. God heeft dat eerst zelf in het paradijs geopenbaard1. Daarna heeft Hij het door de heilige aartsvaders2 en profeten laten verkondigen3. Ook heeft Hij dat evangelie van tevoren laten afbeelden door de offers en andere schaduwachtige gebruiken die Hij in de wet had voorgeschreven4.  Tenslotte heeft Hij het door zijn eniggeboren Zoon vervuld5. 

Vraag 60: Hoe bent u rechtvaardig voor God?

Antwoord: Alleen door waar geloof in Jezus Christus1. Al klaagt mijn geweten mij aan, dat ik tegen alle geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en dat ik nog altijd uit ben op elk kwaad2, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, alleen uit genade3, de volkomen voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus4. Hij rekent mij die toe5, alsof ik nooit zonde had gehad of gedaan, ja, alsof ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht had die Christus voor mij volbracht heeft6. Aan deze weldaad heb ik alleen deel, als ik die met een gelovig hart aanneem7

Vraag 62: Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een deel daarvan zijn?

Antwoord: Omdat de gerechtigheid die voor Gods gericht bestaan kan, geheel volmaakt en in alle opzichten met Gods wet in overeenstemming moet zijn1, terwijl zelfs onze beste werken in dit leven allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn2.

Vraag 91: Maar wat zijn goede werken?

Antwoord: Alleen die uit waar geloof1, naar de wet van God2 en tot zijn eer3 gedaan worden, maar niet die op onze eigen mening of op geboden van mensen gegrond zijn4.

Vraag 92: Hoe luidt de wet van de Here?

Antwoord: God sprak al deze woorden, Exodus 20:2-17, Deuteronomium 5:6-21:

Vraag 113: Wat eist God in het tiende gebod?

Antwoord: Dat zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, in ons hart nooit meer mag komen, maar dat wij altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben1

Vraag 114: Maar kunnen zij die tot God bekeerd zijn, deze geboden volbrengen?

Antwoord: Nee, want zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid1, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven2.  1 Pred. 7:20; Rom. 7:14, 15; 1Kor. 13:9; 1Joh. 1:8, 10. 2 Ps. 1:2; Rom. 7:22; 1Joh. 2:3.

Vraag 115: Waarom laat God ons de tien geboden dan zo scherp prediken, als toch niemand ze in dit leven volbrengen kan?

Antwoord: Ten eerste wil God, dat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen1 en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken2. Ten tweede dat wij zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken3.

————————————————————————————————————————————-

De 10 geboden in de Catechismus van Luther

 

Voorwoord:

In de eerste plaats moet de leraar er vooral voor oppassen geen verschillende tekst en uitleg van de Tien Geboden, het Onze Vader, het Geloof, de sacramenten enzovoort te gebruiken, maar dat hij één en dezelfde tekst neemt en daar dan bij blijft en zich steeds, jaar in jaar uit, daaraan houdt. Want het jonge en eenvoudige volk moet men met één vaste tekst en uitleg onderwijzen. Als men vandaag zo en een jaar later weer anders onderwijst, alsof het voor verbetering vatbaar is, worden ze heel gemakkelijk in de war gebracht. En daarmee gaan alle moeite en arbeid verloren. Dat hebben onze gewaardeerde kerkvaders ook goed ingezien, want zij hebben het Onze Vader, het Geloof, de Tien Geboden steeds in dezelfde vorm gebruikt. Daarom moeten wij ook aan het jonge, eenvoudige volk deze hoofdstukken leren, zonder een lettergreep te veranderen of zonder het hun het ene jaar anders dan in het andere voor te houden en voor te zeggen. Daarom: kies welke vorm je wilt, maar houd je daar altijd aan. Wanneer je echter voor geleerde en verstandige mensen preekt, dan mag je hun je geleerdheid laten zien en het rond deze onderwerpen zo bont maken en meesterlijk van zoveel kanten belichten, als je maar kunt. Maar houd je bij de jongelui aan één bepaalde, altijd gelijke vorm en wijze en leer hun eerst de hoofdzaken, namelijk de Tien Geboden, het Geloof, het Onze Vader enzovoort. Volg de tekst woord voor woord, zodat ze het ook kunnen nazeggen en van buiten leren.

Hoofdstuk 1.  De Tien Geboden7

7 Luther citeert de Tien Geboden niet letterlijk naar Ex. 20. of Deut. 5. Vanwege het gebruik voor meerdere doeleinden is het opschrift bij verschillende onderdelen: ‘zoals een huisvader aan zijn huisgezin in alle eenvoud moet voorhouden’, hier in de vertaling achterwege gebleven.

Wat zegt God nu van al deze geboden?

Antwoord: Hij spreekt aldus: Ik, de Heer uw God, ben een jaloers God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten. Maar aan hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden, doe Ik barmhartigheid tot in duizend geslachten.

Wat is dat?

Antwoord: God dreigt allen te straffen, die deze geboden overtreden. Daarom moeten wij zijn toorn vrezen en niet tegen deze geboden handelen. Hij belooft echter genade en alle goeds aan allen, die deze geboden houden. Daarom moeten wij Hem ook liefhebben en vertrouwen en gaarne doen naar zijn geboden.

Welke zonden moet men belijden?

Antwoord: Voor God moeten wij belijden dat wij schuldig zijn aan alle zonden, ook aan die, waarvan we ons niet bewust zijn, zoals wij in het Onze Vader doen; maar voor degene die onze biecht aanhoort, moeten wij alleen die zonden belijden die wij beseffen en die ons geweten kwellen.

Hoe komen wij tot de kennis daarvan?

Antwoord: Door ons leven te bezien in het licht van de Tien Geboden – al naar gelang wij vader, moeder, zoon of dochter zijn, [en] in welk beroep of dienst dan ook –, of wij daarin ongehoorzaam, ontrouw, traag, toornig, tuchteloos, afgunstig, twistziek zijn geweest, of wij iemand leed aangedaan hebben door woorden of daden, of wij iets gestolen of verwaarloosd hebben, of iemand nadeel hebben berokkend.

8 Terwijl in de gereformeerde traditie de biecht geheel is afgeschaft, werd deze in de lutherse traditie behouden. In het Nederlands lutheranisme is de individuele biecht en absolutie voorafgaand aan de viering van het avondmaal al spoedig vervangen door een gezamenlijke zondebelijdenis en verkondiging van vergeving aan de boetvaardigen. Thans wordt de persoonlijke biecht als pastoraal instrument ook in de protestantse kerken opnieuw in overweging genomen.

————————————————————————————————————————————-

Luther in zijn commentaar op de brief aan de Galaten over dwaalleringen

Ik, die in de dienst van Christus nu twintig jaar geweest ben, kan met waarheid getuigen, dat ik meer dan door twintig sekten bestreden ben, waarvan sommige geheel en al te gronde zijn gegaan, sommige nog, gelijk afgescheiden ledematen van insecten (gestorven dieren) enige beweging overhouden. Maar dagelijks verwekt de satan weer nieuwe, als zijnde de god van twistzieke en aanhangzoekende mensen. 

En nu onlangs ook deze (sekte…)  van zodanige mensen, die leren, dat de Wet der Tien Geboden uit de Kerk moet weggenomen worden, en dat de mensen door geen Wet moeten verschrikt worden, maar dat zij door de genade van Christus lieflijk en zachtjes moeten vermaand worden.